|
| Speuren in de natuurHoge Hexel Het waterwingebied Hoge Hexel ligt ten noordwesten van Wierden. Hoe kom je bij het startpunt van de speurneuzenroute in het waterwingebied Hoge Hexel?
Per fiets: Vanuit Wierden ga je richting Hoge Hexel, Daarle, Den Ham. Je rijdt op de Hexelseweg (N751). Voordat je het dorpje Hoge Hexel in gaat, sla je linksaf de Janniksweg in. Na ongeveer 150 meter vind je aan de linkerkant het startpunt van de speurroute. Hier staat een bordje met 'start, speuren in de natuur'. Vanuit Ommen ga je via de Hammerweg (N341) naar Den Ham. In Den Ham ga je, via de Dalvoordeweg richting Daarle. Je gaat door Daarle heen. De Dalvoordeweg gaat over in de Wierdenseweg en vervolgens over in de Hexelseweg. Als je door Hoge Hexel heen bent gegaan, sla je de eerste weg rechts af, de Janniksweg. Na ongeveer 150 meter vind je aan de linkerkant het startpunt van de speurroute. Hier staat een bordje met 'start, speuren in de natuur'. Naam: Speurneus . speurt in de natuur
De speurtocht gaat door het waterwingebied Hoge Hexel. Als je de paaltjes met de blauwe koppen volgt, speur je door het hele gebied. Op het kaartje kun je zien waar je aan het speuren bent. Loop naar het startpunt van de route. Dit is aan de Janninksweg bij het wandelpad. Vanaf dit punt is de route beschreven. In het waterwingebied wordt water uit de grond opgepompt en vervolgens wordt het in het drinkwaterpompstation schoongemaakt en is het drinkwater. Tijdens de speurtocht ontdek je van alles over de natuur in het gebied. Let goed op en kijk goed om je heen, dan ontdek je het meest. Veel speursucces! StartLangs het zandpad zijn bomen geplant, dit zijn Eiken, behalve de eerste boom.
De eerste boom heet .. Het pad waar je op loopt ligt in een ecologische akker (wildakker). Een paar jaar geleden was dit nog weiland. De akker wordt nu elk jaar ingezaaid met bloemen of graan. Pluk maar eens een van de planten die op de akker staat en bekijk het plantje. Met een vergrootglas (of een omgekeerde verrekijker) kun je het plantje nog beter bekijken.
Op de ecologische akker komen insecten om hun voedsel te zoeken. Ze zijn dol op nectar en stuifmeel van de bloemen. Wist je dat insecten ook iets terugdoen voor de bloemen waarvan ze al dat lekkers snoepen. Het stuifmeel wordt door de insecten van de ene bloem naar de andere bloem gebracht, waardoor deze wordt bestoven. Hierdoor kan de bloem nieuwe zaadjes maken, zodat ook volgend jaar weer bloemen op de akker staan.
Je loopt het pad af, totdat je aan de rand van het bos staat. Aan de bosrand staan verschillende bomen. Er zijn bomen met naalden (naaldbomen) en er staan bomen met bladeren (loofbomen). Deze bomen zien er verschillend uit.
Wist je dat de kerstboom ook een naaldboom is. Je loopt verder totdat je weer uit het bos bent. Je kijkt nu over een grasland heen. Het grasland wordt elk jaar twee keer gemaaid en het gras dat eraf komt wordt opgeruimd. Langs de randen van het grasland blijven vlinderstroken staan. Deze vlinderstroken worden volgend jaar weer mee gemaaid. Vlinderstroken zijn voor, natuurlijk de vlinders, maar ook voor insecten en andere diertjes die zich in het lange gras van de vlinderstrook kunnen verschuilen en hun voedsel komen opzoeken. Heb je de slootkant wel eens goed bekeken? Als je goed kijkt zie je gaatjes, deze zijn gemaakt door woelmuizen die hun holletje hebben gemaakt in de slootkant. Als je van links naar rechts kijkt valt op dat je op een grote heuvel staat. Deze heuvel wordt ook wel een stuwwal genoemd. Hoge Hexel is ontstaan op een verhoogde rug in het landschap. Deze rug, een stuwwal, is gevormd door schuivend landijs waardoor de bodem werd opgestuwd. Als je om je heen kijkt zie je allemaal verschillende dingen (bos, gras, vogels enzovoort).
Vogels, zoogdieren en insecten maken gebruik van holtes in bomen. In de holtes maken ze nesten of zoeken ze beschutting voor de nacht. Wist je dat er een bosvogel is die het gat van de holte kleiner maakt door het te metselen met leem of klei. Deze vogel kleeft aan de boom vast en kan van boven naar beneden kruipen en ook weer terug. Dit vogeltje heet Boomklever. Er is ook een vogeltje die alleen van beneden naar boven kruipt en zijn staart daarbij als hulp gebruikt. Dit vogeltje heet Boomkruiper. Heb je wel eens spechtengaten bekeken. Het gat van een zwarte specht is ovaal-verticaal, van de andere spechten zijn de gaten rond. Aan het eind van het pad langs het grasland staat een informatiebord. Hierop staat allerlei informatie over het waterwingebied. Kijk er maar eens op. Je loopt verder en steekt de straat over (uitkijken!). Als je over bent gestoken loop je een klein eindje naar rechts en gaat dan linksaf. Onder of langs de slagboom. De slagboom staat er zodat mensen niet met hun auto het gebied in kunnen. Wandelaars en speurneuzen, zoals jij, mogen er natuurlijk wel in. De egel eet van alles, bijvoorbeeld insecten, fruit en slakken. In de winter is er weinig eten voor de egel te vinden. Daarom houdt de egel een winterslaap. Op een beschut plekje maakt de egel een ondiep nest van bladeren en gras en als dat klaar is gaat de egel slapen. In de zomer eet de egel heel erg veel, zodat de egel in de winter voldoende vetreserves heeft om de hele winter te kunnen doorslapen, zonder te verhongeren. Je speurt verder. Het pad gaat naar ongeveer 200 meter naar rechts. In het bos staan verschillende bomen.
Loop verder op het pad. Sommige vogels broeden graag in een nestkast. Er zijn ook vogels die nooit in een nestkast gaan, zoals de Vlaamse gaai en ekster. Als je naar boven kijkt zie je een kast hangen. Deze is geplaatst voor de bosuil. De kast heeft een ronde vliegopening. De nestkast voor de torenvalk is halfopen kast. Als je goed kijkt kun je nog meer nestkasten ontdekken. Als je verder speurt zie je in het bos boomstammetjes op een bult liggen. Deze stammetjes zijn, net als het andere staande of liggende dode hout in het bos, belangrijk. Allerlei opruimers in de natuur zoals paddestoelen, schimmels en allerlei insecten en bodemdiertjes leven ervan. Vogels en andere insecteneters leven hier weer van. Slakken zijn bijvoorbeeld weer gek op paddestoelen, spitsmuizen eten weer insecten, enz. Heb je wel eens onder een omgevallen boomstam gekeken of een stukje schors van een dode boom gehaald.
Kun je je nog herinneren dat het heel hard heeft gewaaid. Deze 'stormen' kunnen veel schade aanrichten, ook in de bossen. Bomen kunnen zelfs worden ontworteld, waardoor een open plek ontstaat in het bos. Deze open plek is niet zo erg, jonge boompjes krijgen dan weer de kans om te groeien. Door de lichtinval krijgen ook varens en andere planten een kans om een plekje te veroveren. In en aan de rand van het bos leven allerlei vogels. Al deze vogels zingen in het voorjaar en in de zomer. Dit doen ze vaak ook nog tegelijk. Een bosuil trouwens niet, want dat is een echt nachtdier. Gemakkelijk is het niet, maar probeer een aantal geluiden te herkennen. Je moet natuurlijk wel stil zijn.
Hulstbomen herkennen we aan de stekelige bladeren. Oudere bomen krijgen ook gaafrandige langwerpige bladeren. Misschien kun je beide bladeren herkennen. Je staat nu bij een heideveldje. Vroeger was Hoge Hexel ook bijna allemaal heide. De boeren in het dorp waren toen vooral schapenboeren, met hun schapen gingen ze de heidevelden op. Loop het pad op door het naaldbos. Aan het eind van het pad kom je op de asfaltweg. Ga nu linksaf en op de kruising ga je rechts, terug naar het startpunt. Pas op voor het verkeer! Een vlinderleven bestaat uit vier fasen. Uit het eitje komt een rups. De rups is de eet- en groeiperiode van de vlinder. Als de rups volgroeid is, verpopt hij. In de pop wordt de rups omgebouwd tot de volwassen vlinder. De vlinders paren en het vrouwtje legt weer eitjes. De meeste vlinders leven van nectar die ze met hun lange tong uit diepe bloemen halen.
Wil je meer speurweetjes of wil je weten wat de antwoorden zijn, kik op www.vitens.nl het blauwe wormpje aan en kijk bij 'speuren in de natuur' of bel Vitens via 0900-0650 en vraag naar de speurantwoorden van Hoge Hexel.
|
|
|