|
| Het Haaksbergerveen (5): Fauna
VogelsDe vogels in het veen kunnen op verschillende manier ingedeeld worden. Er is een onderscheid te maken in:
LibellenDe orde der libellen kent twee onder orden te weten de juffertjes: slank met een fladderende vlucht en de glazenmakers of wel de echte libellen: forser met behendige vlucht. Er komen in het Haaksbergerveen elf soorten juffertjes voor en 12 soorten glazenmakers. Het Haaksbergerveen is van grote betekenis als biotoop voor de libellensoorten die kieskeurig zijn op een voedselarm milieu. AmfibieënVan de amfibieën zijn het vooral de kikkers die in het Haaksbergerveen voorkomen. De soorten kikkers die in het Haaksbergerveen voorkomen zijn de groene kikker, de bruine kikker en de heikikker. De bruine kikker plant zich reeds voort in maart. Het geluid lijkt op een motorcross in de verte. De heikikker plant zich voort in de tweede of derde week van maart. Het mannetje wordt dan gedurende enkele dagen hemelsblauw. De heikikker is zeer selectief in zijn biotoop en heeft een voorleur voor een zurig, veenachtige grond. Het is een sterkbedreigde soort. Het geluid lijkt op bellenblazen. ReptielenReptielen kunnen volledig buiten het water leven. In het Haaksbergerveen komen hagedissen en adders voor. Reptielen stellen hoge eisen aan hun biotoop, die insectenrijk en gevarieerd in hoogte en dichtheid moet zijn. De behoefte aan warmte van reptielen is groter dan die van HagedissenEr zijn vermoedelijk meerdere soorten hagedissen in het Haaksbergerveen. De enige soort die massaal voorkomt is de ei-levendbarende hagedis. Dit betekent dat de bevruchte eicel in het moederdier wordt bewaard en daarin uitkomt. Op het moment van het verlaten van het moederlichaam is er dus een hagedis. Dat is voor de voortplanting gunstig omdat het moederdier dan de meest gunstige omstandigheden kan uitzoeken. De adderUiterlijk en zintuigen: Het wijfje is gemiddeld 80 cm. Lang. Het mannetje is wat kleiner nl. 60 cm. De huid is niet glad maar juist droog en voelt koud aan. De adder heeft schubben, op zijn rug kleine en aan zijn onderzijde brede. Op zijn rug zit een zigzag streep met verschillende kleuren, bruin, zwart, grijs of groen. De onderkant van zijn lichaam is bruin, zwart, of grijs, en het einde van de staart is geel of rood. De adder is doof. Zijn tong is heel gevoelig en is dan ook heel lang en gespleten. Met de tong ruikt, proeft en onderzoekt de adder. Zodoende steekt hij de tong ook voortdurend naar buiten. De adder heeft geen echte oogleden; daarom kunnen zijn ogen niet dicht. Over zijn ogen zitten doorzichtige schubben, dit is ter bescherming van de ogen Leefomgeving: De adder is beschermd. De meeste adders leven in Drenthe en Limburg. De adder houdt van heidevelden met daarbij vochtige stukken land. Soms komt hij ook voor in bossen en dan wel verstopt onder bramenstruiken of brandnetels. Adders zoeken altijd wel de zonnige plekken op. De meeste kans om er een keer een te zien is 's morgens vroeg, maar ze zijn erg schuw Voedsel: De adder eet als hoofdvoedsel veldmuizen, maar ook wel jonge mollen, spitsmuizen, jonge vogeltjes en soms ook wel egels, kikkers en hagedissen. Een prooi wordt gedood door het gif. Het gif zit in een blaasje in de bek en gaat door de tanden in de prooi. De tanden van de adder zijn langer dan die van andere slangen, en hij heeft ook nog 1 of 2 paar reservetanden. Deze zitten achter de andere tanden. Doordat de prooi soms dikker is dan de slang zelf moet de bek heel ver open kunnen, waarbij de tanden dan naar achteren klappen en de prooi in een keer wordt doorgeslikt. De adder heeft geen kiezen, dus er wordt niet gekauwd. De sterke maagsappen verteren alles, zelfs botjes. De huid: Omdat het vel van de adder niet meegroeit, krijgt hij geregeld een nieuw vel. Dit nieuwe vel zit dan al onder het oude. De adder zoekt een ruwe boomstronk of steen, gaat daar met zijn kop overheen totdat het oude vel vanzelf loslaat. Zo kan hij er weer enkele weken tegen Voortplanting: De paartijd van de adder is in april. De adder is ei-levendbarend, d.w.z. dat de eieren al in de buik van de moeder uitkomen. Dit is noodzakelijk omdat het in Nederland te koud is om de eieren door de zon uit te laten broeden. In augustus/september worden de jongen geboren, meestal zijn dat er 5 of 6. Ze zijn bij de geboorte zo'n 15 cm lang. Ze leven in het begin vooral van insecten zoals mieren. Gezien de voor adders tamelijk geïsoleerde ligging van het Haaksbergerveen is lange tijd is gedacht dat er mogelijk gevaar zou zijn voor inteelt. Onderzoek in 1999 heeft uitgewezen dat de gezondheidstoestand van de Haaksbergerveense adder juist zeer goed is in vergelijking met, andere gebieden. Winterslaap: Adders gaan in oktober in winterslaap als de temperatuur beneden de 15 graden zakt. Ze kruipen dan in een hol of onder een houtstapel, of onder de grond. Soms gaan ze met andere adders samen en soms ook alleen. Ze zijn honkvast. Ze kunnen goed tegen de winter. Bij het ontwaken is de adder vermagerd, maar niet echt verzwakt. Vijanden: De adders staat als roofdier aan de top van de voedselketen. Toch is liggen zonnen niet geheel van gevaar ontbloot: een buizerd is in staat met name een jonge adder in een keer te grijpen en te doden. Bijzonderheden: Omdat de adder geen poten heeft beweegt hij zich voort door zich met de brede schubben af te zetten. Daarom ligt zijn lichaam ook meestal in bochten. Zijn staart ligt dan stevig tegen een bobbel op de grond gedrukt. Zet hij zich dan af dan schiet hij vooruit, dan drukt hij zijn brede schubben tegen een bobbel en haalt zo zijn achterlijf naar voren Gevaar: Een adder valt alleen dieren aan, hij is bang voor mensen. Alleen als je hem oppakt of op hem trapt, zal hij ook een mens aanvallen. Een beet van een Nederlandse adder is niet altijd dodelijk volgens de gegevens 1 op 130 beten. Je moet wel naar de dokter om een tegengif te halen. Tegengif voor adderbeten wordt gemaakt door een beetje gif bij een paard in te spuiten. De hoeveelheid gif wordt geleidelijk verhoogd zodat het paard antistoffen gaat vormen Dan wordt er weer wat bloed van het paard afgenomen, en daaruit worden de antistoffen gehaald, en zo hebben wij tegengif. Probleem is wel dat het een dierlijk serum is, waardoor er overgevoeligheid voor dierlijke sera kan ontstaan. Tekst: Lia en Han van Hagen, IVN Haaksbergen |
|
|