Zoutmuseum Delden, Smaakmaker van Twente.
Het Zoutmuseum Delden bevindt zich in het hart van Twente, vlakbij de plaats waar in 1886 zout in de Nederlandse bodem werd ontdekt. In het museum vindt men alles over zout: de ontdekking van zout in de bodem op landgoed Twickel, hoe het vroeger werd gewonnen en op wat voor manier ze dat tegenwoordig doen, wat je met zout kunt doen enz. Zout was vroeger ontzettend belangrijk en duur en werd meestal per schip uit andere landen gehaald.
De bezoeker wordt d.m.v. tekst, beeld, animatiefilmpjes, maquettes van een werkende zoutfabriek en een gradeerwerk, zaalbladen, speurtochtjes en spelletjes in aanraking gebracht met de veelzijdigheid van zout. In de computerruimte kan men de kennis die is opgedaan toetsen. In het museum bevindt zich een grote collectie zoutvaatjes. Tot de verzameling die meer dan 2000 exemplaren bevat, behoren niet alleen fraaie, maar ook zeer ludieke zoutvaatjes. Op de begane grond is ook de videoruimte, waar doorlopend filmpjes, die iets over zout vertellen, getoond worden. Daarnaast wordt in regelmatig wisselende exposities een bepaald zoutthema uitvoeriger belicht.
Delden en het zout
In 1886 liet baron van Heeckeren van Wassenaar op het landgoed Twickel te Delden boringen naar drinkwater uitvoeren. Maar het water dat naar boven kwam was niet te drinken; het was zout. Zo werd ontdekt dat de Twentse bodem zoutlagen bevatte. Deze ontdekking vormde het begin van een uitgebreide exploitatie. Na de eerste wereldoorlog werd in Boekelo de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (K.N.Z.) opgericht, het huidige Akzo Nobel te Hengelo.
Betekenis
Al sinds onheuglijke tijden wordt zout door de mensheid gebruikt. Toen tegen het einde van de steentijd de eerste nederzettingen en de vroegste vormen van landbouw ontstonden, veroorzaakte dit een verandering in het voedingspatroon van de mens. Voor die tijd was vlees uit de jachtopbrengsten het voornaamste voedsel, dat voldoende zout leverde om in de normale behoefte te voorzien. Met de primitieve landbouw vond echter een overgang plaats naar een menu waarin naast vlees, plantaardige gewassen een grote rol gingen spelen. Deze gewassen leverden niet voldoende zout en de behoefte ontstond om zout aan de maaltijd toe te voegen. Later ging men zout gebruiken als ruil- en betaalmiddel en, op grote schaal, voor de conservering van voedsel. Inmiddels kent zout tal van toepassingen: bij het leerlooien, glazuren van aardewerk, bij gladheidsbestrijding enzovoorts.
Ontstaan
Ongeveer 240 miljoen jaar geleden was een groot deel van West-Europa bedekt door een binnenzee, de Zechsteinzee. Er heerste een heet en droog klimaat, waardoor veel water verdampte. In het resterende water vormden zich zoutkristallen, die zich afzetten op de bodem, waar een zoutlaag gevormd werd van soms wel honderden meters dik. Enkele tientallen miljoenen jaren later, tijdens de bondzandsteentijd, herhaalde dit proces zich, waardoor een nieuwe zoutlaag ontstond, het zogenaamde Rötzout. Dit zout dat op een diepte van ongeveer 400 meter ligt, wordt in Hengelo geëxploiteerd, het Zechzeesteinzout, tussen 1000 en 1500 meter diep, in Winschoten.
Winning
Er bestaan diverse manieren om zout te winnen. In tropische gebieden wordt zout gewonnen d.m.v. natuurlijke verdamping. In gesloten bekkens wordt zeewater opgevangen dat door de warmte van de zon verdampt. Zo blijft een zoutlaag achter. In woestijngebieden steekt men uit oude droge zeebeddingen zoutplakken af, die in rechthoekige platen worden gehakt. Een andere methode is de droge mijnbouw, die o.a. in Oostenrijk en Amerika wordt toegepast. In drassige streken aan zee werd vroeger zout gewonnen uit zouthoudend veen, het zogenaamde "darinc'. In Nederland (Hengelo) wordt zout gewonnen door oplosmijnbouw. Via buizen in de grond wordt water naar beneden gevoerd. Het ondergrondse steenzout lost op en wordt als pekel weer naar boven gepompt. Na zuivering wordt de pekel kunstmatig ingedampt. De apparatuur van de boring wordt beschermd door een boorhuisje, dat het silhouet heeft van een Twentse boerderij.


Collectie zoutvaatjes
Het zoutvaatje heeft een lange geschiedenis achter zich. Het allereerste zoutvat was een uitgehold stuk brood, maar uiteindelijk ontstond grote variatie in vormen en materialen. In de Renaissance waren sommige zoutvaten artistieke hoogstandjes, bedoeld om de tafels van de welgestelden te sieren. Ze kregen zelfs een naam. Het meest beroemde zoutvat is de Salieri, gemaakt door de Florentijse goudsmid Benvenuto Cellini (1500-1571). In de 20e eeuw hebben de verschillende verschijningsvormen het verzamelen in de hand gewerkt.
Neem ook een kijkje op hun website