Zoeken op Natuurlijk.nlHome: Natuurlijk.nlHelp: Natuurlijk.nlInformatie: Natuurlijk.nlEmail: Natuurlijk.nl
    Natuur  Tuinen  Molens  De boer  Eropuit  Wandelen  Fietsen  Varen  Actief  Agenda

Menu

Zoeken  Abonneren  Organisaties  
Startpagina
Vorig menu

U vindt me op Wandelpad.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Holterbergwandeling

De Holterberg, eind vorige eeuw nog een en al heide. De oranje route op de Holterberg in de boswachterij Sallandse Heuvelrug is ongeveer 4 km. Het begin is op de parkeerplaats van de dagcamping aan de oostkant van de Toeristenweg op de Holterberg, ongeveer 3 km ten noorden van Holten. 

Het gebied bestaat uit grote boscomplexen met een aantal heidevelden. Tot ongeveer 1880 was de Holterberg een groot heideveld met slechts hier en daar wat bos. Toen de boeren de schapen, die op heidevelden graasden, niet meer nodig hadden voor de mest (die op de akkers werd gebruikt om ze vruchtbaar te houden) hadden de heidevelden geen functie meer. Rond 1900 begon men de heidevelden te ontginnen. De vaak arme grond maakte men met kunstmest geschikt voor de landbouw. Op plaatsen die voor boeren moeilijk te bereiken of te bewerken waren, plantte men bos. De bebossingen op de Holterberg zijn bijna allemaal ontstaan tussen 1880 en 1920, met het doel de toen nutteloze heidevelden weer rendabel te maken. In deze beschrijving kunt u tijdens uw wandeling een aantal bijzonderheden lezen over het gebied waar u doorheen komt. Tijdens uw rondwandeling dient u de hond aan de lijn te houden. U voorkomt dan dat uw hond buiten de paden gaat en de daar aanwezige dieren verstoort.

1) Voor de bebossing van de arme heidegronden werden vooral naaldbomen gebruikt. Op uw wandeling zult u dan ook vooral door naaldbos komen. Soorten die aangeplant werden, zijn bijvoorbeeld: Grove den, Oostenrijkse en Corsicaanse den, Lariks en Douglas. Vooral de grove den was geschikt, omdat die ook op arme en droge grond kan groeien. De plantafstand tussen de bomen is klein, waardoor hun kronen snel bij elkaar komen. In vaktaal zeggen we dan dat het bos in sluiting komt. De bomen groeien daarna mooi recht naar boven: ze willen allemaal naar het licht. Door lichtgebrek sterven de onderste takken af, waardoor er minder noesten in het hout komen. De bomen snoeien zich als het ware zelf. Zo kan er waardevol hout ontstaan.

2) Op de open plekken in het Grove dennenbos links van het pad kwam na het kappen van de bomen meer licht op de bodem. Hierdoor zijn zaden van Berken, Dennen en Douglas ontkiemd. Tegenwoordig zien we hier bomen van allerlei grootte en leeftijd. We spreken in zo'n situatie van natuurlijke verjonging. Het is een wezenlijk onderdeel in het door Staatsbosbeheer gehanteerde z.g. natuurvolgend bosbeheer. Deze bossen zijn in de toekomst minder gevoelig voor aantastingen door storm, insectenplagen e.d. Staatsbosbeheer laat vaker een dode boom taan of een omgewaaide boom liggen. Op en in dit dode hout leven veel insecten, waar op z'n beurt weer insectenetende vogels, zoals: winterkoning, roodborstje en spechten op af komen. Allerlei dieren vinden in dit bos voedsel nest en schuilgelegenheid. Kortom: Levend bos eet dood hout. Het bestand van deze vogelsoorten wordt zo bevorderd. Een eventuele insectenplaag kan door een ruime hoeveelheid insecteneters voorkomen worden. Dit natuurvolgend bos kan door natuurlijke opslag en insectenbestrijders goed gedijen.

3) De zandweg die u nu kruist, heet de Plaggenweg. Deze naam stamt nog uit de tijd van voor de bosaanleg, toen de Sallandse Heuvelrug grotendeels bedekt was met heide. De boeren bemestten hun akkers met schapenmest. Voor strooisel in de potstal gebruikten ze heideplaggen. Deze plaggen of heidezoden waren stukken heide met wortels en de bovenste laag van de bodem. Ze werden op de heidevelden gestoken. Een potstal is een schaapskooi met een verdiepte vloer waarin 's nachts de schapen verbleven. Het mengsel van heideplaggen en schapenmest werd als de potstal "vol" was (ongeveer na een jaar), over de akkers verspreid. Dit heide-schapenpotstal-systeem werd eeuwenlang gebruikt. Door de komst van de kunstmest raakte het in onbruik.

4) Verspreid op de heide komen vliegdennen voor. De vliegden is een Grove den die zijn speciale benaming te danken heeft aan de manier waarop hij in de heide terecht gekomen is. Het zaad van de Grove den is erg licht en heeft een vleugeltje. De wind kan hierdoor het zaad vrij ver meenemen. De boom is dus als het ware de heide opgevlogen. De vorm van de vliegden wijkt nogal af van de Grove den die in het bos staat. Op de heide kunnen de bomen rondom licht opvangen en uitgroeien tot bomen met laaghangende takken en brede kronen. De wind heeft daar vrij spel en "scheert" de boom af en duwt hem op. De overheersende windrichting is dus de kant waar de boom zich vanaf buigt.

5) Vanaf hier heeft u een mooi uitzicht over Salland. U staat op het uitzichtpunt van de Holterberg. Deze heuvel is 60 meter hoog. Voor het ontstaan van de heuvelrug is de derde IJstijd, ook wel de Saale IJstijd genoemd, verantwoordelijk. In die tijd werd het hier aanmerkelijk kouder. De gletsjers van Noord-Europa breidden zich uit tot in Nederland. De honderden meters dikke ijsmassa's duwden de ondergrond op. Zo ontstonden stuwwallen. Een daarvan is de Sallandse Heuvelrug. Bij helder weer kunt u in het westen Deventer zien liggen (20 km). Deventer ligt in het IJsseldal, dat gevormd is door ijsmassa's. Het IJsseldal ligt ingesloten tussen de heuvels van de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug.

6) Aan het einde van de IJstijd smolt het landijs. Het smeltwater nam grote hoeveelheden materiaal van de bodem mee, zodoende werden dalen uitgeslepen. Vooral in het heidegebied zijn die nu nog steeds te zien. Mede daardoor zijn er in de lage delen vochtige plekken te vinden. Op die plaatsen groeit vooral de Dopheide. Waar het droog is, vinden we Struikheide. Struikheide bloeit vanaf half augustus. De heidevelden zijn dan helemaal paars en bij warm weer gonst het er van de bijen. De dopheide bloeit eerder: al in juni en juli.

7) Deze weg, de Oude Hellendoornseweg, vormde vroeger de verbinding tussen de dorpen Holten en Hellendoorn. Pas rond 1850 begon Nijverdal zich te ontwikkelen onder invloed van de textielindustrie (industriële revolutie). Vanaf dat moment nam de betekenis van Hellendoorn voor de streek af en daarmee het belang van de verbinding met Holten. De weg Nijverdal-Holten (Holterweg) werd daarentegen steeds belangrijker. "Onze" weg loopt vrijwel zuid-noord over de Heuvelrug. Hier en daar zijn nog stukken van vroegere verhardingen terug te vinden.

8) We bevinden ons op een pad, dat de scheiding is van een sparren- en een dennenbos met aan het eind een lariksopstand. Hoe herkennen we deze boomsoorten? De spar begint met een S van solo (=alleen). De naalden staan als solisten alleen op een tak. De den daarentegen begint met een D van duo (=tweetal). Daarvan staan de naalden in tweetallen op een tak. Aan het eind van dit pad vinden we de lariks, welke met een L begint van legio (=veel). De naalden staan in trosjes aan de tak. Tijdens de wandeling op dit pad kunt u dit controleren aan de naalden die aan de boom zitten of die op de grond liggen.

9) In dit bos groeien twee naaldboomsoorten die in de Nederlandse bossen zijn aangeplant: de Lariks en de Douglas. Beide soorten stellen meer eisen aan groeiplaats dan de Grove den. Ze vragen een niet te arme bodem en een goede vochtvoorziening. De Douglas wordt dan ook op plaatsen geplant, waar de bodem rijker is, bijvoorbeeld als er leem aanwezig is. Of in bossen waar eerst een andere boomsoort (bijvoorbeeld Grove den) groeide en de bodem al jarenlang verrijkt is door beworteling en vertering van takken en naalden. Deze bovenlaag noemen we de humuslaag, die veel voedsel voor de volgende generatie bomen bevat. Door deze humusvorming kan de bodem ook meer regenwater vasthouden. Op sommige plaatsen op de Holterberg is zo'n tweede generatie bos al aanwezig. Het is daar door aanplant of door natuurlijke verjonging ontstaan. We noemen dit:natuurvolgend bos.

Neem zeker ook een kijkje in het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer. Nog niet genoeg gewandeld? We hebben nog veel meer wandelingen op de Sallandse Heuvelrug voor u verzameld.

Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met

 
     

  ©Design

Natuurlijk.... Overijssel! is een initiatief van Berkers & Grootenhuis | Korhoen 11 | 8103 CK RAALTE

 

Tip een viend(in) over Natuurlijk.... Overijssel! Tip een Vriend!
Voeg Natuurlijk.... Overijssel toe aan uw Favorieten.

 OutdoorGeologieNatuur.nl | Fietspad.nl | Wandelpad.nl | Ruiterpad.nl | Wereldpagina.nl | Vakantieglobe.nl | Copyright  | Disclaimer

eXTReMe Tracker

Natuurlijk.nl wordt gesponsord  door  TopRelais: Voor een authentieke vakantiehuis | TopHomes: Vakantiehuisjes in 22 landen | TopRentals: Vakantiehuizen in Afrika, Amerika, Azië en Europa | Wereldpagina: Reisgids met vakantiewoningen en appartementen | Vakantieglobe.nl: Vakantiehuizen op de kaart

Een wandeling op de Holterberg, Holten (Overijssel)
Zoeken op Natuurlijk.nlHome: Natuurlijk.nlHelp: Natuurlijk.nlInformatie: Natuurlijk.nlEmail: Natuurlijk.nl
    Natuur  Tuinen  Molens  De boer  Eropuit  Wandelen  Fietsen  Varen  Actief  Agenda

Menu

Zoeken  Abonneren  Organisaties  
Startpagina
Vorig menu

U vindt me op Wandelpad.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Holterbergwandeling

De Holterberg, eind vorige eeuw nog een en al heide. De oranje route op de Holterberg in de boswachterij Sallandse Heuvelrug is ongeveer 4 km. Het begin is op de parkeerplaats van de dagcamping aan de oostkant van de Toeristenweg op de Holterberg, ongeveer 3 km ten noorden van Holten. 

Het gebied bestaat uit grote boscomplexen met een aantal heidevelden. Tot ongeveer 1880 was de Holterberg een groot heideveld met slechts hier en daar wat bos. Toen de boeren de schapen, die op heidevelden graasden, niet meer nodig hadden voor de mest (die op de akkers werd gebruikt om ze vruchtbaar te houden) hadden de heidevelden geen functie meer. Rond 1900 begon men de heidevelden te ontginnen. De vaak arme grond maakte men met kunstmest geschikt voor de landbouw. Op plaatsen die voor boeren moeilijk te bereiken of te bewerken waren, plantte men bos. De bebossingen op de Holterberg zijn bijna allemaal ontstaan tussen 1880 en 1920, met het doel de toen nutteloze heidevelden weer rendabel te maken. In deze beschrijving kunt u tijdens uw wandeling een aantal bijzonderheden lezen over het gebied waar u doorheen komt. Tijdens uw rondwandeling dient u de hond aan de lijn te houden. U voorkomt dan dat uw hond buiten de paden gaat en de daar aanwezige dieren verstoort.

1) Voor de bebossing van de arme heidegronden werden vooral naaldbomen gebruikt. Op uw wandeling zult u dan ook vooral door naaldbos komen. Soorten die aangeplant werden, zijn bijvoorbeeld: Grove den, Oostenrijkse en Corsicaanse den, Lariks en Douglas. Vooral de grove den was geschikt, omdat die ook op arme en droge grond kan groeien. De plantafstand tussen de bomen is klein, waardoor hun kronen snel bij elkaar komen. In vaktaal zeggen we dan dat het bos in sluiting komt. De bomen groeien daarna mooi recht naar boven: ze willen allemaal naar het licht. Door lichtgebrek sterven de onderste takken af, waardoor er minder noesten in het hout komen. De bomen snoeien zich als het ware zelf. Zo kan er waardevol hout ontstaan.

2) Op de open plekken in het Grove dennenbos links van het pad kwam na het kappen van de bomen meer licht op de bodem. Hierdoor zijn zaden van Berken, Dennen en Douglas ontkiemd. Tegenwoordig zien we hier bomen van allerlei grootte en leeftijd. We spreken in zo'n situatie van natuurlijke verjonging. Het is een wezenlijk onderdeel in het door Staatsbosbeheer gehanteerde z.g. natuurvolgend bosbeheer. Deze bossen zijn in de toekomst minder gevoelig voor aantastingen door storm, insectenplagen e.d. Staatsbosbeheer laat vaker een dode boom taan of een omgewaaide boom liggen. Op en in dit dode hout leven veel insecten, waar op z'n beurt weer insectenetende vogels, zoals: winterkoning, roodborstje en spechten op af komen. Allerlei dieren vinden in dit bos voedsel nest en schuilgelegenheid. Kortom: Levend bos eet dood hout. Het bestand van deze vogelsoorten wordt zo bevorderd. Een eventuele insectenplaag kan door een ruime hoeveelheid insecteneters voorkomen worden. Dit natuurvolgend bos kan door natuurlijke opslag en insectenbestrijders goed gedijen.

3) De zandweg die u nu kruist, heet de Plaggenweg. Deze naam stamt nog uit de tijd van voor de bosaanleg, toen de Sallandse Heuvelrug grotendeels bedekt was met heide. De boeren bemestten hun akkers met schapenmest. Voor strooisel in de potstal gebruikten ze heideplaggen. Deze plaggen of heidezoden waren stukken heide met wortels en de bovenste laag van de bodem. Ze werden op de heidevelden gestoken. Een potstal is een schaapskooi met een verdiepte vloer waarin 's nachts de schapen verbleven. Het mengsel van heideplaggen en schapenmest werd als de potstal "vol" was (ongeveer na een jaar), over de akkers verspreid. Dit heide-schapenpotstal-systeem werd eeuwenlang gebruikt. Door de komst van de kunstmest raakte het in onbruik.

4) Verspreid op de heide komen vliegdennen voor. De vliegden is een Grove den die zijn speciale benaming te danken heeft aan de manier waarop hij in de heide terecht gekomen is. Het zaad van de Grove den is erg licht en heeft een vleugeltje. De wind kan hierdoor het zaad vrij ver meenemen. De boom is dus als het ware de heide opgevlogen. De vorm van de vliegden wijkt nogal af van de Grove den die in het bos staat. Op de heide kunnen de bomen rondom licht opvangen en uitgroeien tot bomen met laaghangende takken en brede kronen. De wind heeft daar vrij spel en "scheert" de boom af en duwt hem op. De overheersende windrichting is dus de kant waar de boom zich vanaf buigt.

5) Vanaf hier heeft u een mooi uitzicht over Salland. U staat op het uitzichtpunt van de Holterberg. Deze heuvel is 60 meter hoog. Voor het ontstaan van de heuvelrug is de derde IJstijd, ook wel de Saale IJstijd genoemd, verantwoordelijk. In die tijd werd het hier aanmerkelijk kouder. De gletsjers van Noord-Europa breidden zich uit tot in Nederland. De honderden meters dikke ijsmassa's duwden de ondergrond op. Zo ontstonden stuwwallen. Een daarvan is de Sallandse Heuvelrug. Bij helder weer kunt u in het westen Deventer zien liggen (20 km). Deventer ligt in het IJsseldal, dat gevormd is door ijsmassa's. Het IJsseldal ligt ingesloten tussen de heuvels van de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug.

6) Aan het einde van de IJstijd smolt het landijs. Het smeltwater nam grote hoeveelheden materiaal van de bodem mee, zodoende werden dalen uitgeslepen. Vooral in het heidegebied zijn die nu nog steeds te zien. Mede daardoor zijn er in de lage delen vochtige plekken te vinden. Op die plaatsen groeit vooral de Dopheide. Waar het droog is, vinden we Struikheide. Struikheide bloeit vanaf half augustus. De heidevelden zijn dan helemaal paars en bij warm weer gonst het er van de bijen. De dopheide bloeit eerder: al in juni en juli.

7) Deze weg, de Oude Hellendoornseweg, vormde vroeger de verbinding tussen de dorpen Holten en Hellendoorn. Pas rond 1850 begon Nijverdal zich te ontwikkelen onder invloed van de textielindustrie (industriële revolutie). Vanaf dat moment nam de betekenis van Hellendoorn voor de streek af en daarmee het belang van de verbinding met Holten. De weg Nijverdal-Holten (Holterweg) werd daarentegen steeds belangrijker. "Onze" weg loopt vrijwel zuid-noord over de Heuvelrug. Hier en daar zijn nog stukken van vroegere verhardingen terug te vinden.

8) We bevinden ons op een pad, dat de scheiding is van een sparren- en een dennenbos met aan het eind een lariksopstand. Hoe herkennen we deze boomsoorten? De spar begint met een S van solo (=alleen). De naalden staan als solisten alleen op een tak. De den daarentegen begint met een D van duo (=tweetal). Daarvan staan de naalden in tweetallen op een tak. Aan het eind van dit pad vinden we de lariks, welke met een L begint van legio (=veel). De naalden staan in trosjes aan de tak. Tijdens de wandeling op dit pad kunt u dit controleren aan de naalden die aan de boom zitten of die op de grond liggen.

9) In dit bos groeien twee naaldboomsoorten die in de Nederlandse bossen zijn aangeplant: de Lariks en de Douglas. Beide soorten stellen meer eisen aan groeiplaats dan de Grove den. Ze vragen een niet te arme bodem en een goede vochtvoorziening. De Douglas wordt dan ook op plaatsen geplant, waar de bodem rijker is, bijvoorbeeld als er leem aanwezig is. Of in bossen waar eerst een andere boomsoort (bijvoorbeeld Grove den) groeide en de bodem al jarenlang verrijkt is door beworteling en vertering van takken en naalden. Deze bovenlaag noemen we de humuslaag, die veel voedsel voor de volgende generatie bomen bevat. Door deze humusvorming kan de bodem ook meer regenwater vasthouden. Op sommige plaatsen op de Holterberg is zo'n tweede generatie bos al aanwezig. Het is daar door aanplant of door natuurlijke verjonging ontstaan. We noemen dit:natuurvolgend bos.

Neem zeker ook een kijkje in het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer. Nog niet genoeg gewandeld? We hebben nog veel meer wandelingen op de Sallandse Heuvelrug voor u verzameld.

Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met

 
     

  ©Design

Natuurlijk.... Overijssel! is een initiatief van Berkers & Grootenhuis | Korhoen 11 | 8103 CK RAALTE

 

Tip een viend(in) over Natuurlijk.... Overijssel! Tip een Vriend!
Voeg Natuurlijk.... Overijssel toe aan uw Favorieten.

 OutdoorGeologieNatuur.nl | Fietspad.nl | Wandelpad.nl | Ruiterpad.nl | Wereldpagina.nl | Vakantieglobe.nl | Copyright  | Disclaimer

eXTReMe Tracker

Natuurlijk.nl wordt gesponsord  door  TopRelais: Voor een authentieke vakantiehuis | TopHomes: Vakantiehuisjes in 22 landen | TopRentals: Vakantiehuizen in Afrika, Amerika, Azië en Europa | Wereldpagina: Reisgids met vakantiewoningen en appartementen | Vakantieglobe.nl: Vakantiehuizen op de kaart