Zoeken op Natuurlijk.nlHome: Natuurlijk.nlHelp: Natuurlijk.nlInformatie: Natuurlijk.nlEmail: Natuurlijk.nl
    Natuur  Tuinen  Molens  De boer  Eropuit  Wandelen  Fietsen  Varen  Actief  Agenda

Menu

Zoeken  Abonneren  Organisaties  
Startpagina
Vorig menu

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schuilenburgroute: Een fietstocht over de Sallandse Heuvelrug

Plaats het fietspad logo bij uw route.Route: Nijverdalse berg - Hellendoornse berg - Hellendoorn - Eelerberg Schuilenburg - Overwater - Jipkesbelt - Duivecate - Nijverdal - Nijverdalse berg.

Afstand: 23 km. Terrein: fietspaden en verharde wegen.

01. ( 0,0 km.) Wanneer u met de rug naar de ingang van het bezoekerscentrum Sallandse Heuvelrug van Staatsbosbeheer staat, slaat u rechts af de Nijverdalse Bergweg in. 
02. (0,1 km.) Even later steekt u de drukke voorrangsweg N35 over en slaat op het daarnaast gelegen fietspad links af. 
03. (0,7 km.) Op het fietspad slaat u de eerste onverharde weg naar rechts de Klinkenbeltweg in. U volgt het fietspad van deze weg en vervolgens de paddestoelen richting Hellendoom.

Zo'n honderdvijftig jaar geleden was hier geen bos. Er was voornamelijk heide te vinden. De boeren gebruikten de heide gezamenlijk om er hun schapen te laten grazen. De schapenmest, vermengd met heideplaggen, gebruikte men als bemesting voor de akkers op de arme esgronden. De verhouding akkergrond heidegrond moest ongeveer 1 op 4 zijn en de verhouding akkergrond - woeste grond ongeveer 1 op 15. Naast de heidevelden werden de bossen, venen en broeklanden tot de woeste gronden gerekend. De marken waren er om er onder andere op toe te zien dat er goed met de gronden werd omgegaan. Alle woeste gronden konden gemeenschappelijk worden gebruikt door de markenbewoners. De marken hadden daardoor dus ook een sociale functie. Iedereen was immers voorzien van een minimum. De marken hebben lang in hun functie voorzien. Pas na de uitvinding van kunstmest hoefden de boeren de heide niet meer te gebruiken. De meeste heidevelden werden toen ontgonnen tot landbouwgrond of beplant met bomen op die plaatsen die voor landbouw niet geschikt was.

04. (4,0 km.) In de bebouwde kom van Hellendoom slaat u de eerste weg naar rechts de Johanna van Burenstraat in.

Na zo'n tweehonderd meter ziet u links een hotel. Dit was vroeger het station van Hellendoorn, gelegen aan de spoorlijn Hellendoorn - Neede. Op 29 april 1910 vond de openingsrit met het treintje 'Bello' plaats. Op 14 juni 1935 reed 'Bello' echter zijn laatste rit. De spoorlijn was onrendabel en bood geen toekomstmogelijkheden.

05. (4,2 km.) Na een hotel aan uw linkerhand staat u links af de Jacob Kapteynstraat in. Het eerste kruispunt daarna steekt u over. U blijft de Jacob Kapteynstraat volgen.

Aan het eind van de Jacob Kapteynstraat ziet u aan uw linkerhand de NH-kerk. Omstreeks 1150 werd het schip van de kerk, ook wel de lage kerk, in Romaanse stijl gebouwd. Op die plek heeft eerst nog een houten kapel gestaan en het is niet ondenkbeeldig dat de kerk op een eerdere heidense offerplaats is gesticht. Doordat men rond die tijd het bakken van stenen was verleerd, gebruikte men voor de bouw van de kerk oerblokken uit de Achterhoek en tufsteen uit Duitsland. De stenen werden aangevoerd over de Regge. De kerk is waarschijnlijk gesticht door de rond Hellendoorn huizende edelen van Schuilenburg, Rhaan en Den Dam. De schutspatroon van de kerk is dan ook St. Sebastianus. Deze krijgshaftige heilige was zeer geliefd bij de adel. De toren en het koor werden vlak voor 1500 gebouwd. Naast de steun van de edelen was het toch moeilijk om de benodigde gelden daarvoor beschikbaar te krijgen. Zo kon men onder goedkeuring van de Paus een aflaat van 40 dagen kopen. Dat betekende dat men na de dood 40 dagen minder in het vagevuur door hoefde te brengen. Het waren onder andere dat soort praktijken die Luther en Calvijn tegen de borst stuitten. Zij kwamen dan ook met een nieuwe leer. Rond 1600 deed de nieuwe Hervormde leer in de parochie Hellendoorn zijn intrede. Dat was vrij laat en had alles te maken met de Tachtigjarige oorlog. De Spanjaarden hadden tot die tijd deze streken onder hun controle. Verering van beelden was door de nieuwe leer verboden. Verachting van beelden is echter een andere zaak, zoals een twintigdelig lied uit die tijd ons laat zien. In het kort komt de inhoud van het lied op onderstaande alinea neer. 

In het jaar 1643 veroordeelde de toenmalige predikant Haffwassius de beelden tot de brandstapel. Als eerste zou het beeld van Sint-Anthonius het moeten ontgelden. Koster Hendrik Vrieze nam hem mee naar huis en verachtte het beeld door hem in de zwijnenstal te zetten. Toen hij de volgende ochtend de varkens dood aantrof, werd de koster zo kwaad dat hij het beeld flink mishandelde. Hij sloeg een arm, neus, mond en ogen van het beeld en kraakte het hoofd en de rug. Hij werd daarbij flink geholpen door zijn zwangere vrouw. Aan ieder die het beklaagde zei ze nog dit jaar een Sint Teunis te zullen baren. Het kind dat zij baarde, miste echter een arm, neus, mond en oren en was in het hoofd en de rug gekraakt. De predikant Haffwassius was sprakeloos en niet in staat het kind te dopen. Dat was in die tijd heel erg. Het kind stierf na drie dagen en de Hervormde buurtschap beefde van de straf. Vanaf dat moment was het met de beeldenstorm in de omgeving afgelopen. De kerk heeft nu in de toren nog drie klokken uit de zestiende eeuw. Dat zijn er ooit vier geweest. Rond 1815 hebben de Kozakken de vierde klok uit de kerk meegenomen. Zij zaten toen de Fransen achterna. In 1943 zijn de klokken door de Duitsers weggesleept. Gelukkig werden ze na de bevrijding teruggevonden. Johanna van Buren vertolkte de grote blijdschap van Hellendoorn met haar gedicht 'Wie hebt ze weer'.

In 1962 werd de kerk grondig gerestaureerd. Daarbij is gelukkig de oude pleisterlaag van de buitenkant verwijderd, zodat de oudheid van de kerk beter in het oog springt.

06. (4,3 km.) Bij de NH-kerk slaat u rechts af de Dorpsstraat in.
07. (4,7 km.) Bij een kruising met voorrangsweg slaat u voor de molen links af de Reggeweg in.

Toen na de Franse overheersing rond 1800 het recht voor de edelen op wind, water en alle heerlijkheid verviel, werden er veel nieuwe windmolens gebouwd. Molen de Hoop werd in 1854 als tweede molen in Hellendoorn gebouwd. Deze zogenaamde bovenkruier is na een grondige restauratie nu weer volop in bedrijf.

08. (4,8 km.) Even later staat u links af de Hofmanstraat in.

Meteen aan uw rechterhand ziet u het erve Hofman liggen. Op het erf werden vroeger de vergaderingen, oftewel de holtinks, van de marke Hellendoorn gehouden. Aan het erve was het erfmarkerichterschap verbonden. Daar de boerderij eigendom was van Den Dam, namen de bezitters van die havezate de leiding van de holtinks op zich. Het markenbestuur werkte niet echt volgens een democratisch principe. Men mocht een stem uitbrengen, wanneer men land in bezit had ter grote van 1 ware. Een ware is gelijk aan vier morgens en een morgen is de hoeveelheid land die een boer in een morgen kan omploegen. De bestuursleden van de marken waren bijna allemaal adellijke lieden, die grotendeels elders woonden. De meeste boeren hadden niets in te brengen, zij pachtten grotendeels het land van de edelen. Veel holtinks werden besteed aan het twisten met aangrenzende marken over de loop van de grenzen, die over het algemeen gemarkeerd werden door stenen of 'kroezebomen'. Na de Franse overheersing werd het markensysteem opgeheven. Wel was er een overgangsregeling naar het huidige bestuursstelsel. Tegenwoordig is de erve Hofman een museumboerderij. De boerderij zelf is erg oud. In de nu gemoderniseerde voorgevel van het huis is nog een ijzeren muuranker aanwezig in de vorm van een 5. Een overblijfsel van het jaartal 1571, dat oorspronkelijk in de muur was aangebracht.

09. (5,1 km.) Het eerstvolgende kruispunt steekt u over. De weg heet dan de Bibenstraat Idem bij volgend kruispunt.

Het huis de Voordam, dat u meteen na het laatste kruispunt aan uw rechterhand ziet, werd gebouwd in 1849. Daarachter, op de plaats van het huidige sportpark, heeft minimaal 500 jaar de havezate Den Dam gelegen. Volgens de overlevering moet het een heel groot gebouw zijn geweest met wel meer dan 200 kamers. De havezate lag in de ruimte tussen het dorp en de oude Reggebocht en moet met zijn landgoederen ooit een prachtig geheel hebben gevormd. Nu herinnert alleen het bos nog aan die periode. Bij de bouw van de Voordam was de havezate al gedeeltelijk gesloopt. De resten werden in 1862 voor afbraak verkocht. Helaas bestond er toen nog geen Monumentenzorg.

Even verderop ziet u aan uw rechterhand de RK-kerk staan. De Fransen brachten onder andere vrijheid van godsdienst met zich mee. Na hun overheersing werd ook in Hellendoorn het katholicisme toegestaan. Nadat het vorige RK-kerkje aan de Schapenmarkt in het midden van de vorige eeuw bij de grote brand in vlammen was opgegaan, werd in 1877 deze kerk in gebruik genomen. De gotische kerk vormt met haar spitse toren een scherp contrast met de oude dorpskerk.

10. (5,5 km.) Het volgende kruispunt steekt u weer over. Pas op voorrangsweg. U volgt dan de Ommerweg richting Ommen.

Na zo'n honderd meter ziet u aan uw linkerhand een windmolen staan. Het is de eerste molen die in Hellendoorn is gebouwd toen na de Franse tijd het recht voor de edelen op wind, water en alle heerlijkheid verviel.

11. (5,9 km.) Daarna slaat u de tweede weg naar links in. U fietst dan de Nieuwstadweg in.

Aan Uw linkerhand ziet u de Hellendoornse es liggen. Hier lagen de akkers, die particulier bezit van de boeren waren. Alle overige gronden waren gezamenlijk bezit (de woeste gronden) of in het bezit van de edelen.

12. (6,8 km.) Aangekomen bij een T-splitsing slaat u links af en volgt het fietspad.

De Koetreeweg was vroeger een zogenaamde 'dooweg'. Over deze weg bracht men vroeger de doden naar het kerkhof te Hellendoom. Lang heeft deze traditie stand gehouden. Ook leidde men het vee, dat in het Hellendoornse broek graasde, via deze weg.

Aan het 'tweede gezicht' kende men vroeger grote waarde toe. Vooral rampen, oorlog, brand en dood werden door deze voorgezichten aangekondigd. Zo werd een bloedrode avondhemel als een voorteken van oorlog gezien en een lichtschijnsel boven een huis als een naderend sterfgeval in dat huis. De gave van het tweede gezicht was vooral voorbestemd aan degenen, die met de helm op geboren zouden zijn. Zo'n helm werd vaak bewaard en als een soort tovermiddel gebruikt.

In deze omgeving leefde eens een boerenknecht die behept was met het tweede gezicht. Vaak haalde een geheimzinnige macht hem 's nachts uit zijn slaap. Dolend liep hij dan door het huis, totdat hij gezien had wat de toekomst verborg. Tijdens zo'n nacht zag hij een dode op het stro liggen, bedekt met een lijkkleed. Daar het te donker was om te zien wie daar lag, sneed hij bij de rechter slaap een lok haar weg. Terug in bed viel hij in een diepe slaap.

De volgende morgen bekeek hij aandachtig wie er een haarlok miste, maar hij kon niemand vinden. Toen hij zich over een emmer water bukte om zich te wassen, schrok hij enorm. Zijn spiegelbeeld miste een lok. Meteen ging hij naar de boer en vertelde hem het hele verhaal. De boer liet hem uit medelijden gaan, hoewel het oogsttijd was. De knecht vond uiteindelijk werk op een andere boerderij waar hij jarenlang in goede gezondheid verbleef. Op een dag liep hij in een herberg echter zijn vroegere baas tegen het lijf. Spontaan klom de knecht bij de boer op de wagen en ging bij hem eten. Op dat moment drong zich het beeld van de dode in het stro bij de knecht op. Hij kreeg het zo Spaans benauwd, dat hij nog voor de maaltijd bezweek. Zoals bij de boeren gebruikelijk was, werd hij op de deel in het stro met een lijkkleed toegedekt. Men geloofde dat het stro de geesten weerde. Bij de begrafenis werd de kist op hetzelfde lijkstro gezet. Onderweg wierp men af en toe wat stro op de grond om te voorkomen dat de ziel van de dode de weg naar huis zou kunnen terugvinden. De rest van het stro werd op het kerkhof verbrand.

13. (7,2 km.) Bij het eerstvolgende kruispunt slaat u rechts af en fietst tussen de paaltjes door de verharde Noord Esweg in.
14. (7,9 km.) Het eerstvolgende kruispunt steekt u over. U volgt dan de Eelerbergweg.

De Eelerberg, waarlangs u nu fietst, kwam het eerst in particulier bezit, werd het eerst ontgonnen en bevat het oudste bos. Statige beuken, eiken, tamme kastanjes en dennen wisselen elkaar af. De familie Meinesz Vening ontgon dit gebied en liet het even verderop gelegen kanaaltje, de Boksloot, graven. Via deze sloot werd stadsmest uit onder andere Amsterdam aangevoerd en water en (later) hout afgevoerd.

15. (8,7 km.) Daarna slaat u de eerste onverharde weg met fietspad naar rechts in. Dit is de Nieuwe Twentseweg, volgens ANWB-paddestoel richting Daarle. 
16. (9,9 km.) U steekt de drukke Ommerweg over en blijft de Nieuwe Twentseweg volgen.

De Twentseweg is bijzonder oud en maakte ooit deel uit van een van de twee postwegen die vroeger van Zwolle naar Duitsland liepen. Via Heino, Schuilenburg, Wierden, Almelo, Ootmarsum liep de weg naar Nordhorn. Toen in 1831 de straatweg Zwolle - Almelo tot stand kwam, verloor de Twentseweg zijn betekenis als verkeersweg. Wel bleef hij voor smokkelaars van onder andere suiker een graag gezochte route. Het verharde deel van de Nieuwe Twentseweg behoort tot de oudste delen van de postweg.

17. (10,8 km.) Bij een vijfsprong fietst u rechtdoor. U volgt dan de verharde Nieuwe Twentseweg.

Meteen na de vijfsprong kunt u rechts van de weg duidelijk leemkuilen zien liggen. Vroeger werd het leem gebruikt om er gevlochten takken mee in te smeren. Op die manier kon men muren maken. Slaat u zo'n 200 meter verder links af een zandweg in, dan ziet u na 100 meter aan de linkerhand een oude boerderij, waarvan gedeelten van de zijmuren van leem zijn gemaakt.

18. (11,8 km.) Bij de T-splitsing met de Schuilenburgerweg slaat u links af en volgt het fietspad langs de linkerkant van de weg.

Vanaf de T-splitsing ziet u aan de overkant van de weg een wit hek staan. Deze vormt het begin van de oprijlaan met eiken naar de ooit daarachter gelegen havezate Schuilenburg. Het huis rechts daarnaast is het zo'n 250 jaar geleden gebouwde Bouwhuis van de havezate geweest. De buitengracht van de tuin van de laatste havezathe is nog altijd aanwezig. De grachten rond het kasteel zijn gereconstrueerd. Ook is goed te zien waar de oude molenbeek heeft gelopen. De vloer in de opening van de watermolen is ook te zien, evenals de fundering van drie tolhuisjes en die van een kademuur. Deskundigen verwachten dat Schuilenburg voor 1125 gebouwd is. De havezate is vaak het toneel geweest van strijdgewoel. Al in de tweede helft van de 14e eeuw begon het gedonder. Schuilenburg stond toen bekend als een roofslot. Dat wil zeggen dat het de handelaren tussen oost en west die Schuilenburg moesten passeren een hoge tol opgelegde. Onwilligen werden in een donkere kerker in de kelders van het slot opgesloten. De groeiende handelssteden Zwolle, Kampen en Deventer begonnen daar steeds meer tegen in opstand te komen. Onder aanvoering van de bisschop van Utrecht ondernamen zij een strafexpeditie tegen Schuilenburg, waarbij het slot met de grond gelijk werd gemaakt. Het slot werd vrijwel meteen weer opgebouwd.

De Tachtigjarige oorlog bracht bijzonder veel rampspoed voor Schuilenburg en omgeving met zich mee, in het bijzonder in de periode van 1580 tot 1600. Dan weer was Schuilenburg in het bezit van de Spanjaarden, dan weer in handen van de Staatsen. Het gebied werd dan ook voortdurend gemolesteerd door plunderende ruiterbenden. Het ergst was het toen de kapitein Pruist namens de Staatsen de scepter over Schuilenburg voerde. Uiteindelijk werd hij zelfs door de Staatsen in Zwolle gevangen gezet en onthoofd. Met de invoering van het twaalfjarig bestand trokken de Spanjaarden zich terug en was de strijd rondom Schuilenburg even voorbij. In 1672 viel de bisschop van Münster, Bernhard von Galen ('Bommenberend') voor de tweede keer ons land binnen. De ridderschap legde de bisschop weinig in de weg, moe als zij waren van het oorlog voeren. Bij het huis Schuilenburg waren in april 1672 enige Staatse soldaten gelegerd, die bij de komst van de Münsterse troepen de brug over de Regge lieten springen. De Münsterse troepen mochten later na hun capitulatie Schuilenburg en Hellendoorn vrijelijk plunderden. Geen enkel erf in deze omgeving ontkwam aan plundering, afpersing of zelfs ontvoering.

De adel verarmde in die tijd. Geld voor restauratie van de verschillende havezaten of kastelen was er opeen gegeven moment niet meer. Schuilenburg verdween als eerste ergens in het midden van de 18e eeuw. In het midden van de 19e eeuw werd het puin van de funderingen gebruikt voor het verharden van de zandwegen. Helaas leverde puin van afbraak in die tijd veel geld op.

19. (12,3 km.) Over de brug slaat u meteen rechts af en fietst de Katenhorstweg in. 
20. (13,4 km.) Op een driesprong fietst u rechtdoor en volgt dan de Overwaterweg.

Juist voor die driesprong heeft aan uw linkerhand het kasteeltje Catenhorst gelegen. Het heeft er zo'n 500 jaar gelegen, had een oppervlakte van 70 bij 90 meter en was omgeven door een gracht. Waarschijnlijk heeft er in vroeger tijden ook een watermolen gestaan. Aan het eind van de 18e eeuw werd het kasteeltje voor afbraak verkocht.

21. (13,7 km.) Even later slaat u rechtsaf en volgt dan het fietspad langs de rivier de Regge.

MeanderVroeger was de Regge een bijzonder grillige rivier met lage oevers. Sterk bochtig, meestal smal, soms breed, dan weer bijna droog, dan weer zorgde hij voor overstromingen. Toch was er tot aan de Tweede Wereldoorlog scheepvaart op de Regge. Dat kwam doordat een paard voor een schuit dezelfde vracht kon trekken als vier paarden op een goede straatweg en evenveel als 26 paarden in het zand. Transport te water was dan ook 3 á 4 keer zo goedkoop. Vaak trokken schippers zelfs middels een speciaal tuig hun eigen schip voort. Vooral tijdens droge perioden leverde dat transport te water veel moeilijkheden op. De overstromingen leverden de schippers niet zoveel problemen op, maar des te meer de omwonenden, vooral stroomopwaarts. De overstromingen werden onder andere veroorzaakt door het opstuwen van het water van de Regge bij de voormalige havezate Schuilenburg. De Heer van Schuilenburg had tot aan de Franse tijd als edele recht op het water, de wind en op alle heerlijkheid. Wanneer er koren was, zorgde hij ervoor dat de molenaar in zijn dienst de stuw dicht zette en het koren ging malen. Hij hield op geen enkele manier rekening met de scheepvaart en de landbouw. Dat leverde zelfs in die tijd felle protesten op. Met name de boeren uit Rijssen en Enter namen het niet wanneer de molenaar in het voorjaar bleef stuwen en hun lage landen niet bevrijd werden van het Reggewater. In 1650 werd door bemiddeling van de Staten een akkoord gesloten tussen de Heer van Schuilenburg en de bovenstroomse plaatsen. De Heer van Schuilenburg liet daarbij deels het oude recht op water afkopen. De bovenstroomse plaatsen moesten wel het geld bijeenbrengen om een windmolen te kunnen bouwen. Veel schippers zijn er in de Regge verdronken. Ook zijn er regelmatig lieden verdronken die op ogenschijnlijk doorwaadbare plaatsen de Regge wilden oversteken. Echter de Regge was in die tijd bijzonder grillig en veranderde regelmatig zijn bedding. Het laatst zijn er in 1847 twee vrouwen en een kind in de Regge verdronken. Zij hadden zich in de doorwaadbare plaats vergist. Ten behoeve van een snellere waterafvoer is de Regge aan het begin van deze eeuw voor een groot deel gekanaliseerd. De afgesneden Regge-armen kunt u soms in het landschap terug vinden.

Ooit leefde er aan de Regge een boertje met zijn gezin in een simpele hut. Hij was zo arm, dat hij zelfs geen varken kon mesten. Toen hij op een dag in de Regge zat te vissen, klom er plots een waterjuffer uit het water en overhandigde hem een gouden angel. Daarmee zou hij bijzonder veel vissen kunnen vangen. Als tegenprestatie moest hij elke tiende vis die hij ving aan de armen schenken. Het ging het boertje zo goed dat hij vissend rijk werd. Op een gegeven moment 'vergat' het boertje echter zijn tegenprestatie. 'Niemand heeft zich om mij bekommerd toen ik arm was, waarom zou ik dat dan wel blijven doen'. Toen de tiende vis een bijzonder grote bleek te zijn, besloot het boertje dan ook om die voor zich zelf te houden. Bij de volgende poging, toen hij na een sterke ruk de hengel binnenhaalde, bleek echter de gouden angel verdwenen te zijn. Nors wilde het boertje naar huis lopen, maar toen hij bij de vissen in de zak kwam, waren deze in stenen veranderd. Woedend gooide hij de stenen in de Regge, waaruit een ferme kreet opsteeg, terwijl het water rood kleurde. Vanaf dat moment was het gedaan met de voorspoed van het boertje. Langzamerhand raakte ook het gespaarde geld op. Volgens de overlevering is de waterjuffer toen met een groot deel van de vissen uit de Regge vertrokken. Langzamerhand keren ze daar nu weer terug.

22. (16,3 km.) Bij het einde van het fietspad slaat u rechts af. 
23. (16,4 km.) Bij de T-splitsing met de Collenstaartweg slaat u links af en meteen daarna weer rechts af de Jipkesbeltweg in. Deze verharde weg wordt op een gegeven moment onverhard (met fietspad), en daarna weer verhard. Sla daarna op een kruispunt links af (andere mogelijkheid is er ook niet i.v.m. doodlopende wegen) en blijf de Jipkesbeltweg volgen. 
24. (17,3 km.) Bij de T-splitsing met de Helmkruidlaan steekt u die weg over en slaat rechts af het fietspad op. Over de brug slaat u honderd meter voor een rotonde rechts af en fietst daarbij de Sportlaan in. Op een gegeven moment ziet u een oude, afgesneden Reggearm. U volgt dan aan de linkerkant daarvan het fietspad. 
25. (18,3 km.) Bij einde fietspad slaat u rechts af de Duivecatelaan in.

Het landgoed Duivecate is al heel oud; in 1339 komt het al in de boeken voor. Oorspronkelijk heette het Duvelskotte en stond het niet hoog op de adellijke ladder. Immers -kotte is hetzelfde woord wat we terugvinden in 'kater of 'keuter' (kleine scharrelboeren). Pas tijdens de Tachtigjarige oorlog steeg het in aanzien en kreeg de eigenaar van Duivecate een stem in het markenbestuur.

26. (18,4 km.) Wanneer u aan uw rechterhand huize Duivecate ziet liggen, slaat u links af een halfverharde weg in. Deze weg fietst u helemaal uit. U steekt daarbij eenmaal een verharde weg over. 
27. (19,0 km.) Bij de T-splitsing met de Joncheerelaan steekt u deze over en slaat dan links af het fietspad op. 
28. (19,2 km.) Vervolgens slaat u de eerste verharde weg naar rechts de Jan van Galenlaan in. 
29. (19,3 km.) Bij een driesprong slaat u links af de Witte de Withlaan in. 
30. (19,5 km.) U nadert weer een driesprong. Hier slaat u weer links af. Daarna blijft u de doorgaande weg volgen. Sla daarbij twee kruispunten over. Na het eerste kruispunt heet de weg Van Speykstraat, na de tweede Piet Heinweg. 
31. (20,3 km.) Op de Piet Heinweg slaat u na zo'n 250 m. bij een ANWB-paddestoel rechts af het fietspad Goudzoekerspad in.

De naam Goudzoekerspad herinnert aan de tijd dat hier in het begin van de twintigste eeuw goud werd gezocht. Hoewel er goudstof is gevonden was de opbrengst kleiner dan de moeite men ervoor moesten doen om het te vinden. Waarschijnlijk wist men al heel lang geleden dat er hier goud was te vinden. In deze contreien woonde lang geleden een vrouwtje 'old Minneke' in een onderaards hol. Hoewel zij bijzonder minziek was, scheen ze niet erg knap te zijn geweest. Ze was met bovennatuurlijke macht begiftigd en had het vooral op jonge boerenzoons begrepen. Wanneer deze met haar het hol betraden, konden ze daaruit terugkeren met zoveel goud als ze maar konden dragen. Ze bleven echter in Ie macht van 'old Minneke'; elke week moesten ze een nacht met haar in het hol doorbrengen. Alleen de armste boerenzoon kon ze niet verleiden, omdat hij bekend was met de toverspreuk, die alle toenadering van 'old Minneke' verijdelde. Na twee keer vergat de boerenzoon echter de slotregel van de spreuk en werd dus ook meegezogen naar het hol. Door het goud dat hij verkreeg was hij wel in staat om met zijn geliefde Colida te trouwen, maar hij bleef onder de macht van old Minneke. Colida bedacht een list door zich als jonge man te verkleden en old Minneke te verleiden. De heks was zo bezeten dat ze niet door had dat Colida haar meelokte buiten de grenzen van het land der gouden bergen. Daar heerste de IJsselreus, 'de wilgenman van Olst', die alle heksen eeuwig haatte en 'old Minneke 'in de IJssel gooide.

De naam 'gouden bergen' bestaat nog steeds, maar heeft nu een andere betekenis, namelijk die van landschappelijk schoon.

32. (21,7 km.) Bij een kruising met een onverharde weg met fietspad slaat u links af 
33. (21,8 km.) Na een spoorwegovergang steekt u een drukke verkeersweg over en staat op het fietspad links af richting Nijverdal. U fietst dan de Nijverdalse Berg op. 
34. (22,4 km.) Bovenop de heuvel slaat u rechts af de Nijverdalse Bergweg in.

Na honderd meter ziet u aan uw linkerhand het bezoekerscentrum Sallandse Heuvelrug van Staatsbosbeheer. Einde fietstocht.

Deze route is uitgezet door

 

 

 
     

  ©Design

Natuurlijk.... Overijssel! is een initiatief van Berkers & Grootenhuis | Korhoen 11 | 8103 CK RAALTE

 

Tip een viend(in) over Natuurlijk.... Overijssel! Tip een Vriend!
Voeg Natuurlijk.... Overijssel toe aan uw Favorieten.

 OutdoorGeologieNatuur.nl | Fietspad.nl | Wandelpad.nl | Ruiterpad.nl | Wereldpagina.nl | Vakantieglobe.nl | Copyright  | Disclaimer

eXTReMe Tracker

Natuurlijk.nl wordt gesponsord  door  TopRelais: Voor een authentieke vakantiehuis | TopHomes: Vakantiehuisjes in 22 landen | TopRentals: Vakantiehuizen in Afrika, Amerika, Azië en Europa | Wereldpagina: Reisgids met vakantiewoningen en appartementen | Vakantieglobe.nl: Vakantiehuizen op de kaart