|
| | Stichting IJssellandschap: Het Schol
Hoewel de meeste bezittingen van Stichting IJssellandschap in Overijssel liggen, heeft zij ook bezittingen aan de Gelderse kant van de IJssel. Eén van de pronkstukken is wel landgoed Het Schol te Wilp. Op deze plaats bestond al eeuwenlang een boerenerf. In de Middeleeuwen was de graaf (later hertog) van Gelre hier heer en meester. Het Schol was een herengoed; de bewoners waren belasting verschuldigd aan de eigenaar, meestal in natura (een deel van de oogst). Negen verschillende namen heeft de boerenplaats gehad, voordat omstreeks 1770 de naam Het Schol opduikt.  | | (©foto: Bram de Jong, St. IJssellandschap) |
In 1840 kocht de Deventer kantonrechter Mr. Willem Herman Cost Jordens Het Schol. Hij liet in het kader van een werkverschaffingsproject de buitenplaats aanleggen. Hij schakelde de Utrechtse tuinarchitect en bouwmeester Van Lunteren in om de bescheiden tuinaanleg aan te passen aan zijn wensen. Van Lunteren maakte een plan voor een groots opgezet park in landschapsstijl. De oudere aanleg, die al aanwezig was op Het Schol, verwerkte hij op een speelse manier in zijn ontwerp. Het toezicht op de uitvoering liet hij over aan Albertus van Leusen, die op dat moment stadswerkbaas van Deventer was. Na zijn plotselinge dood nam zijn broer Hendrik Jan van Leusen de honneurs waar, zowel in Deventer als op het Schol. Tot zijn dood in 1876 bleef Cost Jordens zijn hulp inroepen bij tuinwerkzaamheden.  | | 't Schol en de stad Deventer rond 1900. (Bron: Topografische Dienst Nederland) |
In 1851 wordt begonnen met de bouw van het nieuwe buitenhuis. Het kasboek van Cost Jordens, dat tot die tijd alleen maar relatief kleine uitgaven registreert, meldt dat in dat jaar een bedrag van ƒ6399,70 wordt uitgegeven aan Het Schol. Als architect nam Cost Jordens M. van Harte in de arm, zo blijkt uit het kasboek. Waarschijnlijk heeft Van Harte samenwerking gezocht met Van Lunteren, die het park had gereconstrueerd, maar ook als architect zijn sporen verdiend had. Ook vertoont het huis overeenkomsten met ontwerpen van tuinarchitect Jan David Zocher jr., hoewel diens naam nergens in de archiefstukken genoemd wordt. Het nieuwe buitenhuis kreeg een 'gevelcompositie met een sterk beglaasd middendeel, geflankeerd door zeer gesloten zijpartijen, (wat) Venetiaans genoemd kan worden'. De overige bouwwerken die tot Het Schol behoorden, waren een boerenwoning met nevengebouwen, een tuinmanswoning en een koetshuis met badkamer en koestal. In dat koetshuis waren naast koeien en kippen ook 5 grote bloempotten, 3 gipsen beelden en piëdestals en 4 ijzeren en 6 houten tuinbanken ondergebracht. Rond het midden van de negentiende eeuw kreeg Het Schol een totaal ander aanzien. Van een bescheiden hofstede (huis) met een beperkte tuinaanleg veranderde het in een fraai landgoed met een statig buitenhuis. Doordat het landgoed in een periode van nog geen twintig jaar tot stand kwam, werd het geen allegaartje van stijlen en invloeden, maar een echte Engelse buitenplaats in landschappelijke stijl. Het huis kwam op een heuvel te liggen en vormde het middelpunt van het park. Tussen het huis en de IJsseldijk in het oosten lag de grote vijver. De basis voor deze vijver vormde een oude IJsselkolk, die vergraven werd tot een vijverpartij met verschillende armen. Ten westen van het huis lag de cirkelvormige moestuin, die omzoomd werd door een beukenhaag. In de tuin bevonden zich tevens een druiven- en bloemenkas en een in 1848 geplaatste koepel met een leuning, voetbanken en een 'bal op de koepel gedraaid'. Het Schol heeft in het midden van de negentiende eeuw een ware metamorfose ondergaan naar de inzichten van de late landschapsstijl. Kenmerkend hiervoor is het open karakter van de aanleg, met grote open weiden, vijvers en doorzichten over deze open ruimten naar karakteristieke punten buiten het landgoed. Hierdoor vormden de tuinen en het omringende landschap als het ware een natuurlijke eenheid. De randen van de open ruimten werden gemarkeerd door bomen, die volgens slingerende lijnen werden aangeplant. Hierdoor ontstond een coulissenlandschap met veel afwisseling op een relatief kleine ruimte. Een zeer belangrijk aspect van Het Schol zijn de zichtassen. Aan deze 'fraaie doorkijkjes' besteedden architecten en landhuiseigenaren altijd veel aandacht, zeker in het midden van de negentiende eeuw, toen de Engelse landschapsstijl in de mode was. Op Het Schol waren er vanuit het landhuis 5 zichtassen: - in oostelijke richting over de vijver - in zuidelijke richting naar de kerktoren van Wilp - in westelijke richting over de moestuin - in noordwestelijke richting over een weiland - in noordoostelijke richting naar de Lebuïnustoren van Deventer In 1875 overleed de bouwheer van Het Schol, Willem Herman Cost Jordens. Het landgoed ging later over in handen van Hendrik Rudolf van Marle. Net als Jordens was hij kantonrechter in Deventer. Maar hij was ook burgemeester van Deventer (van 1865 tot 1882) en lid van de Provinciale Staten van Overijssel en van de Eerste Kamer. Van Marle heeft tot zijn dood in 1906 op Het Schol gewoond. In 1892 liet hij een verbouwing uitvoeren, waarbij onder meer gietijzeren ornamenten werden aangebracht, afkomstig van - hoe kan het ook anders - de Deventer ijzergieterij Nering Bögel. Na zijn overlijden heeft zijn dochter Hendrika Rudolphina van Marle op Het Schol gewoond. Een broer van haar heeft in 1901 een 'Noors huis' laten bouwen. In eerste instantie bestond de houten woning alleen uit het rechter deel; het linker deel is omstreeks 1915 aangebouwd. Na het overlijden van Hendrika Rudolphina van Marle heeft het huis een tijdlang leeg gestaan. Het huis werd tijdelijk verhuurd, totdat het landgoed in 1963 verkocht werd aan de gemeente Deventer. Het Schol en Stichting IJssellandschapToen de gemeente Deventer Het Schol in 1963 aankocht, had het landgoed veel van zijn oude glorie verloren. De sporen van een periode van leegstand en verwaarlozing hadden het landgoed geen goed gedaan. De gemeente maakte van een deel van het park een openbaar wandelpark. Het huis brandde in 1974 af, waarna niets dan een verkoolde ruïne restte. In 1980 werd het voormalige landhuis plus 1,5 hectare omliggende gronden door de gemeente verkocht aan een particulier. Hij heeft het landhuis in oude luister hersteld. Vanaf 1986 vond er een grondige restauratie plaats. Hierbij werden het interieur, het dak en de kelder gedeeltelijk vernieuwd. Het nieuwe huis vormt samen met het Noorse huis en de tuinmanswoning een bekroning op de natuurlijke, romantische structuren van het landschapspark. In 1996 verkocht Deventer de landerijen van Het Schol aan Stichting IJssellandschap. Het Schol ligt op loopafstand voor 'wandelend Deventer'. De linkeroever is al eeuwenlang in trek als wandelgebied dankzij het al uit de veertiende eeuw daterende voetveer en het al in 1699 aangeplante Worpplantsoen, één van de oudste openbare wandelplaatsen van Nederland. Andere attracties aan de 'Gelderse kant' van de IJssel zijn de Bolwerksmolen en recent ook de Ossenwaard. Om de grote toestroom van wandelaars in goede banen te leiden, is een gemarkeerde wandelroute uitgezet, de Bolwerksmolenroute. Hiertoe is op Het Schol aan de Wilpsedijk een informatiebord over de historie van deze buitenplaats geplaatst. Tevens is een wandelpad door het weiland uitgezet met daarin twee overstaphekjes en zijn er her en der banken, picknicktafels en afvalbakken geplaatst. Parkeervoorzieningen ontbreken vooralsnog en dat betekent dat de brede oprijlaan naar het landhuis hiervoor misbruikt wordt.  | | Huis Het Schol anno 1999. |
De cultuurhistorische waarde van Het Schol is onomstreden. Ook de natuur op het landgoed is zeer de moeite waard. Op de hellingen van de Wilpsedijk en in de open weilanden bloeien margrieten, kamille en klaprozen in overvloed, met zo af en toe een prachtige knikkende distel ertussen. In de bossen vindt u eiken, beuken en esdoorns met een ondergroei van struiken als vlier, rode bes en vogelkers. Daartussen slingert zich hop, een gewone inheemse plant die in een jaar tijd wel kan uitgroeien tot afmetingen van zo'n 8 meter. Voor wat betreft de vogels, spreken de buizerd en de havik tot de verbeelding, maar ook roodborsten, koolmezen en winterkoningen zingen hier het hoogste lied. En wat te denken van het boomklevertje, dat zich met zijn blauwe rug, oranje borst en zwarte oogstreep vaak op zijn favoriete boomstam laat bewonderen. In grote lijnen is de aanleg van de buitenplaats nog gaaf. Dat neemt echter niet weg dat één van de belangrijkste kenmerken van de late landschapsstijl, het open karakter van de aanleg, inmiddels wel geweld is aangedaan. Van de vijf zichtassen vanuit het huis is er momenteel maar één overgebleven. De belangrijkste reden is de uitbreiding van de bebossing. Soms zijn er bewust nieuwe bosstroken aangeplant, soms is deze uitbreiding te wijten aan het niet verwijderen van de opslag. Als gevolg van het dichtgroeien van de doorzichten is het karakter van de buitenplaats veranderd van open in gesloten. Een deel van de visueel-ruimtelijke werking is hierdoor verloren gegaan. Stichting IJssellandschap heeft zich tot doel gesteld Het Schol als een goed rentmeester door de eenentwintigste eeuw te loodsen. Daarbij moet een groot aantal keuzes gemaakt worden. Kiest men bij het beheer voor de situatie anno 1999 of grijpt men terug naar de landschappelijke aanleg, zoals die rond het midden van de negentiende eeuw tot stand kwam? Kiest men primair voor de natuurwetenschappelijke waarden of staan recreatieve aspecten voorop? Streeft men naar één landgoed, waarvan landhuis en park onder één beheer vallen, of wil men de situatie, waarbij het landhuis een andere eigenaar heeft dan het park, laten voortbestaan? De doelen voor landgoed Het Schol zijn als volgt omschreven. 'Doel is enerzijds de cultuurhistorische ontwikkeling met zijn structuurdragende elementen ook in de toekomst herkenbaar te houden en te maken, terwijl er anderzijds gestreefd zal worden om in het verleden geschapen waardevolle onderdelen, waarvan de aanleg later vervaagd is, zoveel mogelijk weer hun oorspronkelijk karakter terug te geven. Daarnaast wordt tot doel gesteld het optimaliseren van de cultuurhistorische, tuin- en landschapsarchitectonische, natuurwetenschappelijke en recreatieve waarden van de buitenplaats, het bereiken van een goede onderlinge afstemming van de waarden en een afstemming op het privé en openbaar gebruik van de buitenplaats'. | | Tuinmanswoning |
U zult begrijpen dat bovenstaande doelstellingen dermate ruim zijn dat zelfs een politicus zich hier geen buil aan kan vallen. Wel is duidelijk dat de aanleg vanuit de begintijd, zeg maar de periode 1840-1870, tot uitgangspunt zal worden genomen. De historische zichtlijnen zullen zoveel mogelijk in oude glorie hersteld worden en dat betekent dat er veel bomen gekapt zullen worden. Getracht zal worden om de oorspronkelijke eenheid tussen de verschillende elementen van het landgoed (opstallen, parkbossen, graslanden, moestuin) te versterken. Anderzijds zal een duidelijke scheiding worden aangebracht tussen de privé terreinen rond het huis en de openbare ruimten daaromheen, die ook in de natuurlijke beplanting tot uiting zal komen. In het belang van de recreatie wordt voorgesteld om wandelpaden aan te leggen langs de Wilpsedijk, door het jonge parkbos en langs de akker aan de westzijde van het terrein. Ook wordt er nagedacht over een openbare parkeerplaats langs de openbare weg aan de noordrand van het terrein. | |
|