Zoeken op Natuurlijk.nlHome: Natuurlijk.nlHelp: Natuurlijk.nlInformatie: Natuurlijk.nlEmail: Natuurlijk.nl
    Overnachten Natuur  Tuinen  Molens  De boer  Eropuit  Wandelen  Fietsen  Varen  Actief  Agenda

Menu

Zoeken  Abonneren  Organisaties  
  Startpagina
Vorig menu

  

 (Advertentie)

Met één KLIK!!
Vakantiehuizen in bijna heel Europa en Florida. 20.000 Vakantiehuisjes online.
http://www.toprentals.nl
Luxe vakantiehuizen!!
TopRelais: Meer dan 4000 schitterende vakantiewoningen
www.boekingsservice.nl
Naar Scandinavië?
De grootste keuze in vakantiehuisjes in Denemarken.
www.tophomes.nl
 
 

Archief 1999: Kerkuilen ringen in de winter, een bijzondere avond 

Maandagavond, 18 januari 1999, hartje winter. Pikdonker. Ik ga met Jan Legebeke op stap. Kerkuilen ringen. Ik heb geen idee wat mij te wachten staat. Een kerkuil heb ik nog nooit in het wild gezien, laat staan een kerkuilenjong. En dat half januari. "Neem je fototoestel mee", had Jan nog gezegd. Dat had ik zeker niet vergeten. Jan zijn uitrusting ook niet: rubberlaarzen en een grote emmer, afgedekt met een plastic zak. Om zeven uur hadden we met de ringer, Ben Nijeboer uit Rijssen, afgesproken bij de Mariagrot van Luttenberg. Een symbolisch begin van een avond die ik niet snel zal vergeten.

De kerkuil, Tyto alba. In Frankrijk komt de kerkuil veel voor. Noordelijker is hij zeldzamer. De witte kerkuil, Tyto alba alba, komt vooral voor in Groot-Brittannië. In de rest van Europa en dus ook in Nederland is de kerkuil wat donkerder van kleur, de Tyto alba guttata. 

Duizend broedparen

 Links ringer Ben Nijeboer, rechts uilenfanaat Jan Legebeke.In Nederland zijn nu ongeveer 1000 broedparen. Een kerkuil heeft in vergelijking met andere uilen heel weinig vet. Daardoor is de soort erg gevoelig voor voedseltekort. Lees hiervoor muizen. Muizen vormen het hoofdvoedsel van de kerkuil. De relatie is simpel. Als er veel muizen zijn dan zijn er veel kerkuilen. Neemt de muizenstand af, dan is de kerkuil de klos. 

Twee weken sneeuw is al voldoende voor een voedseltekort. Een echte ouderwetse winter kan het Nederlandse uilenbestand de das omdoen. Na de strenge winter van '62/'63 (Reinier Paping!) was de soort tot op enkele tientallen broedparen nagenoeg verdwenen uit Nederland. De jaren daarvoor waren er nog 3000 broedparen geteld. Menigeen zal zich de winter van '79 nog wel herinneren. Kerkuilenliefhebbers zeker. Na die winter bleken er nog ongeveer 100 broedparen over te zijn.

Natuurlijk herstel

De jongen worden door Jan met dikke handschoenen aan uit de kast gehaald en in de emmer gestopt.Toch volgt na zo'n periode steeds een natuurlijk herstel. De top lag twee jaar geleden: er waren toen ongeveer 1400 broedparen in Nederland. Dit is zeker niet in de laatste plaats te danken aan vrijwilligers als Jan Legebeke, en niet te vergeten natuurlijk Paul Uijttenboogaart. Jan en Paul zijn de twee enige leden en dus de hele kerkuilenwerkgroep van IVN-Raalte. Paul Uijttenboogaart was er deze keer wegens ziekte niet bij; waarschijnlijk de eerste keer in de tien jaar dat zij samen de werkgroep vormen. Ik hoop, samen met Jan, dat hij er snel weer bovenop en er dus weer bij is.

De afgelopen decennia gaat het natuurlijk herstel steeds moeizamer. De moderne ligboxenstal biedt weinig voedsel voor muizen. De huidige boerenerven zijn veel opgeruimder dan vroeger. Nog niet zo lang geleden had iedere boer wel ergens graan of veevoer opgeslagen, een paradijs voor muizen. Nestgelegenheid is ook veel minder. Voor een vervallen schuur, een rommelige hooizolder of een oude, verrotte, holle knotwilg is geen plaats meer in het huidige ruilverkavelinglandschap. Vrijwilligers als Jan en Paul doen dan ook goed werk. Het is natuurlijk moeilijk te bewijzen maar het plaatsen van nestkasten zal zeker bijgedragen hebben aan de huidige kerkuilenpopulatie van ongeveer 1000 broedparen.

Het uiltje duikt met zijn kop naar voren en spreidt zijn vleugels ter afschrikking zo ver mogelijk uitDe kerkuilenwerkgroep van IVN-Raalte bestaat nu tien jaar. Gerrit Kremer uit Luttenberg is toentertijd begonnen met het ophangen van nestkasten. Al snel is Jan Legebeke hem gaan meehelpen. Na een jaar hield Gerrit Kremer het voor gezien en werd zijn plaats ingenomen door Paul Uijttenboogaart. Het eerste jaar was het succes nog maar gering, slechts één broedpaar. De tien jaren hebben hun vruchten opgeleverd: de laatste jaren waren er steeds rond de 8 broedparen. 

Er zijn weer jonge kerkuilen

Het controleren van nestkasten is voor Jan Legebeke routine geworden. Toch is deze avond ook voor hem bijzonder. Tijdens de IVN-uitwaaiwandeling, vlak na de kerst, sprak boer Jan Tielbeke uit Luttenberg hem aan. "We hebben weer jonge kerkuilen, je moet binnenkort maar komen kijken". Kerkuilen rond de kerst? Dat is ook voor Jan nieuw. De ringer, Ben Nijeboer, heeft een eenvoudige en geloofwaardige theorie. Kerkuilen broeden als er voldoende voedsel is. Door de natte winter zijn veel muizen naar de hogere en drogere delen van Salland gevlucht. Het broedpaar van Tielbeke nestelt vlakbij de Luttenberg. Vanuit het lagere Hageveld en Hellendoornse Broek kunnen muizen hier naartoe getrokken zijn. 

En ja hoor, het bleek waar te zijn. In de nestkast zaten twee jongen van nog geen zeven weken oud. Wat een vogels! Ik begreep nu waar die emmer met die plastic zak voor was. De jongen worden door Jan met dikke handschoenen aan uit de kast gehaald en in de emmer gestopt. De plastic zak voorkomt dat ze eruit springen. Eén voor één worden ze uit de emmer gehaald en geringd. 

Kerkuilengek

Roofvogels: de jongen hebben grote, krachtige klauwen. Je begrijpt meteen dat een volwassen uil met deze klauwen een muis in een keer dood kan knijpen. Met hun snavels hakken ze wild in op de handschoen waarmee ze vastgehouden worden. Jan laat één van de jongen even voor mij los. Fascinerend: het uiltje duikt met zijn kop naar voren en spreidt zijn vleugels ter afschrikking zo ver mogelijk uit. Daarna legt Jan de uil op zijn rug. Het uiltje spreidt weer zijn vleugels wijd uiteen en klauwt met zijn poten naar het gevaar boven hem. Een roofvogel. Van nu af aan ben ik kerkuilengek.

Ik ben kerkuilengek en niet meer uit de schuur weg te slaan. Samen blijven we wachten in de schuur. De kerkuiltjes zitten weer in de nestkast. Het ouderpaar weet dat in de schuur gevaar dreigt en blijft buiten op veilige afstand. Toch nog even wachten… Sensationeel! Opeens zit ie er. In het zwarte gat van de rechthoekige opening in de nok van de schuur zit een volwassen kerkuil. Het bijna witte verenkleed tekent scherp af tegen de duisternis buiten. De gezichtssluier is perfect zichtbaar. Een muis in de bek. Hij of zij (?) kijkt, staat een moment doodstil, en vliegt onhoorbaar er vandoor. Een belevenis. Nu begrijp ik die kerkuilenjongens!

Meer muizen

Het uiltje spreidt zijn vleugels wijd uiteen en klauwt met zijn poten naar het gevaar boven hem. In Salland is veel variatie in het landschap. Voor kerkuilen is er meestal voedsel genoeg. Een broedpaar dat op een plek zit waar voldoende voedsel is, blijft daar meestal een aantal jaren. Het broedpaar waar wij die avond zijn, zit er al zeker tien jaar. Hoe meer variatie in het landschap, hoe meer muizen. De knotploeg van het IVN draagt hier ook een steentje aan bij. Extensief beheer van grasland en het toestaan van ruigten langs sloten en weilanden komt de muizenstand ook ten goede.

Veel voedsel betekent nog niet geen gevaar. 70% Van de jonge kerkuilen komt het eerste jaar niet door. Meer dan de helft daarvan is slachtoffer van het verkeer. Een ander deel valt uit het nest en wordt door de kat gepakt. Regelmatig verdrinkt een jonge uil in een drinkbak. Het jong ziet zichzelf weerspiegeld in het water en herkent een concurrent. Het beestje voert een schijngevecht met zichzelf, dondert in de drinkbak en verzuipt.

Ook in het nest dreigt gevaar. Het vrouwtje begint meteen te broeden na het eerste ei. Als het laatste jong ter wereld komt, kan het oudste al twee weken oud zijn. De oudste uilen zorgen ervoor dat zij voldoende voedsel krijgen. De kleintjes hebben het nakijken, verzwakken en gaan dood om tenslotte opgepeuzeld te worden door hun oudere broertjes en zusjes. Roofvogels! 

Meester Hesselink

Jan is al heel lang kerkuilengek. Een anekdote: Jan zat als kind op de inmiddels gesloopte Aloysiusschool. Het toenmalige hoofd, Meester Hesselink, had een prachtige verzameling opgezette vogels. Hier is waarschijnlijk de basis gelegd. Later hoorde Jan een boer vertellen hoe Meester Hesselink deze collectie bij elkaar gebracht had. De woorden van Meester Hesselink zijn hierbij geboekstaafd: "Hé boer, schiet eens een kerkuil voor me naar beneden." In één citaat een tijdsbeeld samengevat: wij schrijven de jaren vijftig.

We wachten nog een tijd, maar de kerkuil laat zich niet meer zien. Wat ik gezien heb, blijkt heel uniek te zijn. Zelfs Jan heeft nog niet vaak meegemaakt dat een kerkuil zo goed te zien was. Na tien jaar is hij altijd nog even enthousiast. "Paul en ik zitten er voor die uilen, daar doen we het voor". Ik wil zeker nog eens mee.

Math Berkers

 

 

 

     

  ©Design

Natuurlijk.... Overijssel! is een initiatief van Berkers & Grootenhuis | Korhoen 11 | 8103 CK RAALTE

 

Tip een viend(in) over Natuurlijk.... Overijssel! Tip een Vriend!
Voeg Natuurlijk.... Overijssel toe aan uw Favorieten.

  Campings | Hotels | Vakantiehuisjes | Bungalowparken | Groepsaccommodaties | Boten | Outdoor | Abonneren | Sponsors | Adverteren? | Ondernemer? | GeologieNatuur.nl | Fietspad.nl | Wandelpad.nl | Ruiterpad.nl | Wereldpagina.nl | Vakantieglobe.nl | Copyright  | Disclaimer

eXTReMe Tracker

Natuurlijk.nl wordt gesponsord  door  TopRelais: Voor een authentieke vakantiehuis | TopHomes: Vakantiehuisjes in 22 landen | TopRentals: Vakantiehuizen in Afrika, Amerika, Azië en Europa | Wereldpagina: Reisgids met vakantiewoningen en appartementen | Vakantieglobe.nl: Vakantiehuizen op de kaart