Archief 1999: Da´s een goedemorgen!
Op dinsdag 6 april, kwart over vijf in de morgen, fiets ik de oprit af om de ochtendkrant te gaan bezorgen. Plotseling komt er bij de buren een groot beest via de stoep de weg op lopen. Wat is dit nou? Ben ik wel goed wakker? Dit kan toch niet? Toch bleek het werkelijkheid te zijn, het is een Das (Meles Meles ) Het heeft echter wel een dag geduurd voor het tot me door gedrongen was dat het echt zo was!
Ik woon aan de Weidelaan en dat is niet echt een biotoop van de Das. Toen hij mij van 10 meter afstand pas in de gaten kreeg, maakte hij direct rechtsomkeer. De Das is namelijk een schuw dier. Wat doet hij in op de Weidelaan?
Dassen zijn marterachtigen die ongeveer 75 cm groot kunnen worden. Zijn vacht is niet te verwisselen met andere dieren in Nederland. Zijn lijf is egaal grijs en zijn kop is duidelijk zwart-wit gestreept. Hij leeft in grote ondergrondse holen, die burchten worden genoemd. De biotoop waarin ze leven bestaat uit weilanden, akkers, boomgaarden, bosjes en heggen. Ze houden van rust en zijn daarom een zeldzame waarneming.
Ze gaan in de schemer op jacht naar van alles en nog wat. Bessen, noten, wortels, muizen, zelfs jonge hazen en fazanten. Ze keren voor de eerste zonnestralen terug naar hun burcht. Tijdens de nachtelijke tochten leggen ze enorme afstanden af.
Dat is teven hun grootste vijand. Op hun tocht naar voedsel komen ze onherroepelijk straten, wegen en spoorlijnen tegen. Veel dassen worden doodgereden tijdens hun zwerftochten. Ook kanalen met een beschoeiing zijn een bedreigende factor. Dassen kunnen uitstekend zwemmen, maar om over die hoge rand te komen is vaak heel moeilijk en ze verdrinken dan door uitputting.
Aantal neemt toe
Tussen 1960 en 1980 heeft de Das in een diep dal gezeten, maar het aantal dassenburchten neemt gelukkig weer toe. Voor 1960 waren er drie kerngebieden in Overijssel waar de Das voorkwam. De dichtstbijzijnde is langs de oostoever van de IJssel en de Sallandse weteringen. Waar deze Das vandaan komt, is onbekend. In `t Reelaer is een aantal dassen gezien. Hij kan echter ook vanuit de Sallandse heuvelrug zijn gekomen.
Er worden steeds vaker weer doodgereden dassen gevonden. Dat is jammer maar tegelijk ook een teken dat de Das weer terug komt. Misschien ligt hier wel de ruimte voor een nieuwe werkgroep binnen het IVN.
Dirk-Jan Saaltink
Kleefkruid, mei 1999