Archief 2000: Mussen gezien? Geef het door !
De laatste jaren is het aantal broedparen van de Huismus in zowat alle grote steden schrikbarend afgenomen. Ook in het buitenland. Hoe komt dat? Zijn we te netjes? Is er geen nestgelegenheid doordat we onze huizen zo keurig onderhouden? Komt het door de anti-vogelstrook die sommige mensen langs hun dakrand bevestigen tegen het inwaaien van bladeren in de dakgoot? Of is er te weinig voedsel te vinden? Er zijn immers steeds minder kleine stukjes ruige natuur met uitgebloeid gras en andere planten en struiken, die niet steeds worden gemaaid en gesnoeid.
Meedoen
Om een antwoord op deze vragen te krijgen organiseert de KNNV de Zoekactie Mussen 2001. De KNNV wil met deze publieksactie de aandacht vestigen op de mussen en proberen te achterhalen waarom hun aantal zo terugloopt.
U kunt daarbij helpen door te letten op de mussen in uw buurt. Hoort u ze tsjilpen 's ochtends vroeg of tegen de avond. Komen ze op de voedertafel in uw tuin, zitten er wel eens veel bij elkaar te kwetteren, een zogenaamde ‘mussenvergadering’ ? Ziet u ze wel verdwijnen en verschijnen onder de dakrand waar ze nestelen? Ziet u jonge mussen die door hun ouders gevoerd worden? Dit betekent dat er broedsucces is. Al deze dingen zijn voor het onderzoek van belang! Op de website van de KNNV kunt u de mussen melden.
De huismus
De Huismus (Passer domesticus) of gewoon 'mus' is de bekendste vogel van het land. In vrijwel elke woonplaats vliegen en tsjilpen mussen. Omdat ze in de omgeving van mensen verblijven noemen we ze cultuurvolgers. Huismussen zijn oorspronkelijk rotsbroeders, maar hebben onze huizen geadopteerd als broedplaats en ze eten mee van ons voedsel en dat van onze huisdieren. Als het ze goed gaat blijven ze jarenlang op dezelfde plaats en trekken niet. Onder daken en in spleten van onze woningen en gebouwen maken ze hun bolvormig nest, in elkaar gestoken van losse strootjes (en allerlei materiaal dat wij weggooien). Op straat en op het omringende platteland vinden ze hun voedsel. In stad en dorp zijn ook insecten genoeg om hun jongen te voeden. Mannetjes en vrouwtjes verschillen van uiterlijk.
De ringmus
De Ringmus (Passer montanus) lijkt uiterlijk erg veel op de huismus en zijn getsjilp klinkt even vrolijk, maar hij leidt een heel ander leven. Een deel van de Nederlandse populatie trekt 's winters weg naar zuidelijker streken. terwijl een ander deel gezelschap zoekt bij elkaar en in groepjes rondtrekt. Ringmussen vind je in de landelijke gebieden in en rond kleine woonkernen. Ze komen minder in de buurt van de mens en hun aantallen zijn veel lager dan die van de huismus. Wat voedsel betreft lijken ze wel weer op de huismus: ze eten als jong vogeltje insekten en als volwassen dier vooral zaden. De ringmus broedt bij voorkeur in nestkasten, boomholtes of onder daken. Mannetjes en vrouwtjes zijn uiterlijk gelijk.
Voedsel
Huismussen en ringmussen zijn grotendeels vegetariërs: hun voedsel bestaat vooral uit zaden zoals die van tarwe, gerst, haver en maïs. Het mag duidelijk zijn dat de huismus in een stedelijke omgeving natuurlijk niet over dit agrarische assortiment kan beschikken. Maar gelukkig stelt een huismus zich ook tevreden met zaden van allerlei andere planten. Bovendien kan hij dit dieet aanvullen met een ruim aanbod van tafelrestjes, weggeworpen lunchpakketten en eetbare inhoud van vuilnisbakken. Afhankelijk van het seizoen komen daar nog bij: knoppen van allerlei planten, crocusbloemen of uitvliegende mieren. Tijdens en vlak voor het broedseizoen verandert hun eetpatroon wel enigszins: dan proberen ze veel meer dierlijk voedsel te vangen. Zodoende worden veel jongen grootgebracht met larven van kevers en motten. Opvallend is echter dat in de stedelijke omgeving de jongen van de huismus toch hoofdzakelijk plantaardig voedsel krijgen, namelijk broodresten! Ringmussen zoeken hun voedsel meestal op de grond. De techniek die ze hierbij toepassen noemen we 'roller feeding'. Dit betekent dat de ringmussen achteraan in de groep steeds de eersten van de groep voorbijvliegen, zoals je dat ook wel ziet bij een groep fouragerende spreeuwen.
Groepsgedrag
Huis- en Ringmussen zijn kolonievogels en ze kennen dan ook een duidelijke hierarchie. Er wordt niet alleen in groepsverband gefourageerd, gebaltst, genesteld en gebroed, zelfs het in bad gaan wordt een groepsgebeuren, waarbij ook nog de rangorde een rol speelt. De dominante vogels mogen het eerst, de anderen moeten op hun beurt wachten. Tracht een ongeduldige vogel te vroeg deel te nemen aan het ritueel, dan wordt dit vinnig afgestraft. We kunnen de dominante dieren niet alleen aan hun gedrag maar vaak ook aan hun uiterlijk herkennen: dominante mussenmannen hebben doorgaans een grotere zwarte keelvlek dan onderdanige mannetjes. Mussen zijn ook echte na-apers. Bedenkt er één vogel dat het wel lekker is om een stofbad te nemen in een zandkuiltje, dan moeten ze opeens allemaal zonodig een kuiltje zoeken. En begint er een individu aan de knoppen van de Ribes te knabbelen, dan zit in een ommezien de hele kolonie in de Ribes van de knoppen te snoepen. Heel leuk is het om in de wintermaanden eens te letten op de voedertafel. Daar zie je dat na-aap gedrag ook heel duidelijk: voedsel met een ongewone vorm of kleur (zoals bamirestjes of saffraanrijst) wordt eerst met argwaan bekeken. Maar als er één dappere mus heeft geproefd - en besloten dat het eetbaar is - dan zit binnen twee tellen de hele kolonie gretig aan tafel!
Op de website van de KNNV kunt u de mussen melden.