Archief 2000: Duizenden waterlobelia's als beloning
Het zal de wandelaars in de Bergvennen de afgelopen zomer niet ontgaan zijn. Over enkele vennen hing een witte waas: Duizenden waterlobelia's, prachtig in bloei. Een mooier geschenk kan een natuurbeschermingsorganisatie als Landschap Overijssel niet krijgen. Enkele jaren geleden zijn de meeste vennen in de Bergvennen grondig schoongemaakt en hersteld. Het resultaat is, enkele jaren later, boven verwachting.

Mooi en teer
Loekie van Tweel, vegetatiekundig medewerkster van Landschap Overijssel, kan nauwelijks wachten tot het weer zomer is. De waterlobelia bloeit vanaf augustus. Het blijft natuurlijk afwachten of de bloemen weer net zo uitbundig zullen bloeien als vorig jaar. Loekie van Tweel verheugt zich er nu al op: "Het is een heel mooi en teer bloemetje. De frêle blaadjes zijn wit met een lichtpaarse zweem".
Floristische schatten
De Bergvennen herbergt nog veel meer floristische schatten. In de vennen groeien behalve de waterlobelia ook kieskeurige soorten als oeverkruid en drijvende egelskop. Aan de rand van de vennen staat massaal de kleine zonnedauw. De natte heide langs de oevers wordt opgefleurd door klokjesgentianen.
Kluunplaatsen
De Bergvennen is een 80 ha groot reservaat van Landschap Overijssel in het noordoosten van Twente. Het ligt dicht bij Lattrop, direct tegen de Duitse grens. De vennen, met luisterrijke namen als Pluzenven, Bokjesven en Krakenven, zijn natuurlijke laagtes die waarschijnlijk na de IJstijden zijn ontstaan door smeltwater. Dankzij de afgelegen ligging zijn de vennen pas sinds de 18e eeuw gebruikt voor de winning van turf. Tot de vorige eeuw, de 20e dus, is er veen weggraven. Langs de rand van het Eilandven liggen nog resten van kluunplaatsen, de kommen waarin het veen eerst werd gemengd voordat het te drogen werd gelegd.
Kieskeurig
De waterlobelia is in Nederland zeldzaam, heel zeldzaam. Slechts in enkele vennen komt de plant voor. Waarschijnlijk groeit 90% van alle waterlobelia's in de Bergvennen. Het plantje is heel kieskeurig. Het stelt hoge eisen aan de standplaats. Het water moet licht zuur en voedselarm zijn. De waterlobelia groeit het liefste op een schone, zandige bodem. Niet vreemd dus dat de waterlobelia in Nederland nauwelijks voorkomt.
Schoongemaakt
Verzuring en vermesting, het bekende tweetal. In de jaren zestig waren deze gevaren ook al bekend. In die tijd is een landbouwsloot om de Bergvennen heen geleid. Sindsdien komt er geen vervuild oppervlaktewater meer in het gebied. De verzuring door regenwater is echter door blijven gaan. Begin jaren negentig zijn de meeste vennen helemaal schoongemaakt. De slib- en strooisellaag is zoveel mogelijk van de bodem geschraapt. De oevers zijn afgeplagd en een deel van de berken, wilgen en grove dennen rond de vennen is weggehaald. Waterlobelia's eisen een zandige bodem. De wind heeft weer vrij spel en zorgt voor een golfslag in de vennen. De golven, op hun beurt, houden de bodem schoon.
Stuwtjes en duikers
Het regenwater blijft echter zuur. Als oplossing hiervoor is een grondwaterput geslagen en zijn de verschillende vennen met stuwtjes en duikers met elkaar verbonden. In de winter wordt ongeveer twee maanden lang het kalkrijke grondwater in kleine hoeveelheden in het hoogst gelegen ven gepompt. Vanaf dit ven kan het water naar de lager gelegen vennen stromen.
Wit waas
Al met al een ingrijpende operatie voor zo'n klein en kwetsbaar gebied. Maar het resultaat mag gezien worden. Nog even geduld. Straks in de zomer: Duizenden bloeiende waterlobelia's, een wit waas van bloemen langs de rand en soms in het ven. Op de drooggevallen oevers vormen de borstelige bladrozetten een grillig tapijt.
Voorlopig is de waterlobelia voor Nederland behouden. Voorlopig: natuurgebieden in Nederland blijven kwetsbare eilandjes. Loekie van Tweel houdt, voor Landschap Overijssel, de waterlobelia nauwlettend in de gaten.
De Bergvennen zijn buiten het broedseizoen vrij toegankelijk. Vanaf het wandelpad heeft u een goed overzicht over enkele vennen.