Archief 1999: Juni juli, vlindertijd
Een bloemlezing over het vlinderleven in de maanden juni en juli.
In de schemering fladderen op een wat onzekere manier vlinders rond, die overdag zijn te vinden op bladeren van struiken en planten. Ze zijn wit met gele lijnen en rijen zwarte stippen. De vlinders leggen hun eitjes op aal- en zwarte-bessenstruiken. Daaruit komen spanrupsen die dezelfde witte, gele en zwarte kleuren vertonen en vaak grote schade doen aan de bessenstruiken. De naam? Bonte bessenspanner. Om de grappige tekening heet hij ook wel harlekijn. Van de berkenspanner bestaan twee vormen: een witte met zwarte spikkels en een pikzwarte. In steden zijn meestal meer zwarte dan gespikkelde te vinden, op het platteland is het omgekeerd. Ruim een eeuw geleden ontstonden een enkele keer zwarte uit gespikkelde vlinders. Die werden door de vogels weggepikt, omdat ze op de witte berkenstammen sterk opvielen. Nu zijn de berken in veel industriesteden donker en vallen de witte meer op dan de zwarte.
Op zonnige zomermiddagen en warme avonden vliegen witte vlindertjes laag boven het kroos rond. Soms hangen ze met gespreide vleugels aan oeverplanten. De rupsen van deze kroosvlindertjes leven onder water. Ze eten kroos en maken daar ook een soort huisje van. Zo blijven ze verborgen voor waterdieren die ook graag een rups lusten. Op een dergelijke manier leven ook de rupsen van waterlelie- en krabbescheervlinder op deze waterplanten.
Waar niet alleen gras groeit, maar ook wilde bloemen bloeien, zijn nu veel zandoogjes en hooibeestjes te zien, waarvan de rupsen wilde grassoorten eten. De donkerbruine zandoogjes dartelen op zonnige julidagen vlak boven het gras. De zacht oranje hooibeestjes vliegen pas op als je ze stoort door in het gras te lopen. Een typische graslandvlinder is ook het dikkopje dat goudachtig oranje vleugels heeft. De rups van de rietspinner voedt zich met riet. Dit vingerlange dier verpopte zich eind juni in een heldergele cocon tegen een rietstengel. In de coconwand zijn de harde haren van de rups verwerkt. Die haren laten gemakkelijk los en dringen in de huid van degene die de cocon aanraakt. Ze veroorzaken een vervelende jeuk. Als de plompe nachtvlinder die eruit komt een vrouwtje is, blijft ze rustig wachten tot een paarlustig mannetje haar gevonden heeft.
Er zijn in het begin van de zoer veel atalanta's. Iedereen kent deze fluweelzwarte dagvlinder met vuurrode band en witte stipjes op voor- en achtervleugels. Atalanta's zijn trekvlinders, die in het voorjaar uit Zuid-Europa naar het noorden vliegen. De vlinders die we nu zien, zijn de nakomelingen van die immigranten. Ze komen nu af op de paarse trossen van de buddleja en de roze schermen van het koninginnekruid, dat nu net in bloei komt. De dagkoekoeksbloem, die veel in de duinen, in bossen en wegbermen voorkomt, wordt voornamelijk bestoven door nachtvlinders. Die zuigen nectar en brengen onbewust stuifmeel van de ene naar de andere bloem. Tegelijk leggen ze een ei op de kelk vlak onder de bloemkroon. De rups die eruit komt, vreet zich in het vruchtbeginsel. Toch rijpen er genoeg zaden om de verspreiding van de plant te verzekeren. En het voortbestaan van anjeruiltjes...
Het jacobskruiskruid komt het meest voor in de duinen en in weiden dicht bij de kust. De gele samengestelde bloemen staan in een soort scherm. In sommige streken hebben die bloemen gele stralende bloemblaadjes, in andere zijn het veel minder opvallende gele hoofdjes van heel kleine buisbloemen. Op de plant leven de geel met zwart geringde 'zebrarupsen' van de sintjacobsvlinder. Vaak zijn het er zoveel dat ze de planten volkomen kaal vreten.
In julinachten fladderen vliervlinders als bleke spoken rond. Deze grote nachtvlinders komen vaak op licht af en zo door het open raam in huis. Hun lichtgele wieken, die ze in rust plat uitspreiden, zijn alleen getekend met een vage bruine lijn en een roodbruine stip van achteren. Vliervlinders komen uit bruine spanrupsen, vaak (verkeerd) aangeduid als wandelende tak. Zittend op een vlier- of klimoptak lijkt de rups sprekend een dood twijgje. De buddleja is een niet zo mooie struik met stijve takken, die nu bloeit met donkerpaarse bloemtrossen. Hij wordt in tuinen geplant om zijn aantrekkelijkheid voor vlinders. Dagpauwogen, kleine vossen, atalanta's, citroenvlinders, zandoogjes, blauwtjes en witjes behoren tot de vaste gasten. Plus bijen, hommels en zweefvliegen die in de buurt voorkomen.
Wie een buddleja wil planten, moet dat in de herfst doen. Zoek er een plek voor in de volle zon! Een van de bontste dagvlinders van de zomer is de distelvlinder. Zijn vleugels vertonen een warrige mengeling van oranje, wit, geel en zwart. Het ene jaar zijn er meer distelvlinders dan het andere. Dat komt omdat het immigranten zijn uit Noord-Afrika. Dit jaar zijn er nog niet veel gezien. Dat zegt nog niets: in augustus kan het wemelen van de distelvlinders. Ze zijn dan vaak te zien op buddleja's en koninginnekruid en natuurlijk op distels.