Archief 2000: Korhoenders op de Sallandse Heuvelrug
Alleen op de Sallandse Heuvelrug komt nog een levensvatbare populatie voor. Om deze groep korhoenders meer kansen te geven wordt de heide op de Sallandse Heuvelrug uitgebreid. Het gebied wordt van 700 ha vergroot tot 1000 ha aaneengesloten heideterrein. Aan het heidegebied worden grote oppervlakten heideterrein toegevoegd en ook worden heidevelden weer met elkaar verbonden. Deze beheersmaatregelen zijn ook gunstig voor veel meer karakteristieke diersoorten van de heiden, bijvoorbeeld de Nachtzwaluw, de Roodborsttapuit en de Zandhagedis.
Ruigpoothoenders
De Korhoenders behoren met hun bevederde poten tot de zogenaamde ruigpoothoenders. Ze zijn in ons land sterk gebonden aan heide- en hoogveengebieden. De volwassen haan weegt ongeveer 1400 gram, heeft een blauw-zwart verenkleed en een liervormige staart, een witte onderstaart en een witte vleugelstreep. De hen weegt gemiddeld 1000 gram en is roodbruin van kleur. Over het gehele lichaam wordt deze kleur onderbroken door zwart-witte dwarsbanden. Beide geslachten hebben naakte plekken boven de ogen (zogenaamde koprozen), die vooral bij de hanen in het voorjaar rood opzwellen. Het Korhoen heeft een echte hoenderachtige vlucht. Snelle slagen met stijfgehouden vleugels worden afgewisseld met lange glijvluchten. Korhoenders zitten vaak in bomen.
De baltsperiode
In de baltstijd (maart-april) verzamelen de hanen zich vroeg in de morgen op de gemeenschappelijke "bolderplaatsen" , die jaren achtereen worden gebruikt. Elke haan bakent een klein territorium af, waarop hij met zijn staart uitgewaaierd en de vleugels gespreid tegen een andere haan staat te pronken. Hij maakt er ook een hele serie vlugge, klokkende en sissende geluiden bij. De hen maakt haar nest bij voorkeur in wat hogere vegetaties, niet ver verwijderd van de voedselgebieden. Alleen de hen draagt zorg voor het grootbrengen van de kuikens. De kuikens zijn nestvlieders, dus ze lopen vrijwel direct rond in de omgeving van het nest. Het Nederlandse korhoen behoort tot het. "laagland"-type dat karakteristiek is voor de laaggelegen hoogveen- en heidegebieden in Noord-West-Europa.
Voedsel
Het voedsel bestaat uit allerlei plantendelen: op de Sallandse Heuvelrug vooral jonge heidescheuten, boomknoppen en rode en blauwe bosbessen. De kuikens leven de eerste weken vooral van dierlijk voedsel zoals: rupsen, kevers, spinnen, pissebedden en mieren.
Achteruit
Als voedselgebied worden van oudsher vooral de randen van het gebied gebruikt, waarbij braakliggende landbouwgrond en kruidenrijke akkers een belangrijke rol speelden. De hedendaagse landbouw biedt geen levensmogelijkheden meer voor deze soort. De soort is nu vooral op de Sallandse Heuvelrug zelf aangewezen. Hierbij vormt vooral de aanwezige Vossebes de belangrijkste voedselvoorraad.
Hoe veel zijn er nog
Gedurende drie ochtendtellingen in de baltstijd in april worden jaarlijks, in samenwerking met een aantal vrijwilligers, de baltsende hanen geteld door de beherende instanties Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.
Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met