Welkom in het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug
Zo ongeveer halverwege de provincie Overijssel ligt, van Markelo in het zuiden tot aan Ommen in het noorden, een hoge zandrug in het landschap. Het deel tussen Holten en Hellendoorn vormt de Sallandse Heuvelrug. De Sallandse Heuvelrug bestaat uit een aantal "bergen", zoals de Hellendoornse Berg, de Haarlerberg, de Holterberg en de Koningsbelt. De laatste is met 75 meter boven zeeniveau de hoogste. Op de flanken van de Sallandse Heuvelrug zie je de bossen en heidevelden al van verre liggen.
Het zuidelijke deel van de heuvelrug is in april 2000 ingesteld als Nationaal Park in oprichting. Het is een aantrekkelijk gebied dat heel geschikt is voor rustige vormen van recreatie. De uitgestrekte bossen bieden goede mogelijkheden voor wandelen, fietsen en paardrijden. Dat is op een deel van de centrale open heide ook het geval. Een deel van de heide is in verband met het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli afgesloten. Dit is het leefgebied van één van de bijzonderheden van de Sallandse Heuvelrug: het korhoen. In Nederland is de Sallandse Heuvelrug de enige plaats waar nog een levensvatbare populatie korhoenders voorkomt. Het gehele gebied is circa 3500 hectare groot. Via het Nationaal Park streven Staatsbosbeheer, de Vereniging Natuurmonumenten en een aantal particuliere eigenaren naar bescherming en verbetering van de kwaliteiten voor natuur en recreatie.
Een ijzig begin
De bodem van de Sallandse Heuvelrug laat nog veel zien van de ontstaansgeschiedenis. De heuvelrug is een stuwwal die is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, ruim 150.000 jaar voor Christus. De noordelijke helft van ons land was -grofweg tot de lijn Haarlem/Nijmegen- volledig bedekt met ijs. De ruim 100 meter dikke ijslaag schoof als een gigantische bulldozer alles voor zich uit. Zo ontstonden aan de rand van de ijskap zogenaamde stuwwallen.
Na het terugtrekken van de ijskap bleven de stuwwallen, inclusief grote stenen die met het groeien van de ijskap vanuit Scandinavië werden meegevoerd, achter. Het smeltende water zocht een weg naar lager gelegen plekken waardoor de stuwwal op sommige plekken gedeeltelijk werd weggespoeld. Zo ontstonden laagten of slenken zoals de Diepe Hel en Wolfsslenk. Maar daarmee was de koude geschiedenis van de Sallandse Heuvelrug nog niet afgelopen. In de laatste ijstijd (100.000 jaar voor Christus) kwam het ijs niet meer tot aan de heuvelrug. Wel was de bodem permanent bevroren en was er vaak veel harde wind. In dat klimaat zijn dikke lagen zand op de heuvelrug afgezet.
Door de eeuwen heen
Na de ijstijden kwam Nederland in een gematigd zeeklimaat te liggen. Het warmere klimaat maakte de ontwikkeling van bos mogelijk. En daarmee werd de Sallandse Heuvelrug aantrekkelijk voor mensen. De oudste bewoningssporen zijn zo'n 5000 jaar oud. Die sporen bestaan vooral uit grafheuvels en vuurstenen bijlen, waarvan in het Natuurdiorama Holterberg het nodige is tentoongesteld.
Na een periode waarin de mens het gebied alleen als jager en verzamelaar van plantaardig voedsel gebruikte, brak een volgende fase aan: het van nature aanwezige loofbos werd pleksgewijs gekapt of platgebrand, waarna op die plaatsen een aantal jaren landbouw werd bedreven. Na verloop van tijd was de bodem uitgeput, zodat weer een nieuw stuk bos werd ontgonnen. Door deze landbouwmethode én door de toename van de bevolking verdween er steeds meer bos.
In de middeleeuwen veranderden de landbouwmethoden: landbouwers ontdekten dat door bemesting de bodemvruchtbaarheid op peil bleef. Schapen en geiten speelden daarbij een belangrijke rol. De mest werd opgevangen in een zogenaamde potstal waar de dieren -die overdag op de heide graasden- de nacht doorbrachten. Jaarlijks werd een mengsel van mest en heideplaggen op de bouwlanden -die in deze streek enken worden genoemd- gebracht die in de loop der eeuwen op die manier soms meer dan een meter werden opgehoogd. Op een deel van één van de enken, de Haarler enk, verbouwt de Vereniging Natuurmonumenten op biologische wijze haver, rogge en andere gewassen. Een belangrijk neveneffect van de begrazing met schapen en geiten was dat er steeds meer bos verdween. Uiteindelijk resulteerde het systeem in de vrijwel volledige ontbossing van Nederland.
Zo was ook de Sallandse Heuvelrug aan het begin van de vorige eeuw vrijwel uitsluitend met heide begroeid. Sommige plaatsen werden zo intensief begraasd dat zelfs de taaie heide verdween waarna stuifzanden ontstonden. In die tijd verscheen Staatsbosbeheer op het toneel met als opdracht het bebossen van heide en stuifzand.
De plantenwereld
De bossen in het Nationaal Park, die bijna allemaal buiten het bereik van het grondwater groeien, zijn voor het grootste deel aangelegd op voormalige heide. Verschillende families die een belangrijke rol speelden bij de totstandkoming van de twentse textielindustrie, waren hierbij betrokken. Rond de Sprengenberg -waarvan de markante witte toren al van een afstand zichtbaar is- is goed te zien dat de bossen zijn aangelegd. Ook de massale aanwezigheid van rododendron geeft aan dat de mens zijn invloed heeft laten gelden. Op de hoge, droge zandgronden werden aan het eind van de vorige eeuw vooral grove dennen aangeplant. De laatste decennia is ook veel douglas en lariks aangeplant.
Door spontane vestiging van berken, eiken en beuken in de naaldboombossen zijn op sommige plaatsen ook gemengde bossen ontstaan. Deze bossen hebben vaak een gevarieerde kruidlaag. In de kruidlaag van de bossen komt veel bosbes voor, terwijl in de overgangszone van bos naar heide veel vossenbes voorkomt. Vossenbes is vooral in de winter voor het korhoen -maar ook voor veel andere dieren- van groot belang. Het grootste deel van de Sallandse Heuvelrug ligt hoog en droog. Doordat de bodem ook nog eens grotendeels uit grof zand bestaat, groeien er plantensoorten die goed bestand zijn tegen een voedselarm, droog milieu. De meest kenmerkende is struikheide. Op de plekken die toch wat vochtiger en leemhoudender zijn, groeit ook dopheide en pijpenstrootje. In het algemeen is de soortenrijkdom op de heide niet zo groot, maar vaak wel bijzonder, heel opvallend daarbij is bijvoorbeeld de jeneverbes.
Wat loopt en vliegt er?
Het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug is omringd en doorsneden door wegen. Een ree, das of een steenmarter moet goed zijn best doen om zonder kleerscheuren van de ene kant van het gebied naar de andere komen. Juist voor deze dieren wordt in dit Nationaal Park gekeken hoe de leefgebieden weer met elkaar kunnen worden verbonden.
Het grootste zoogdier dat u in het Nationaal Park kunt aantreffen, is het ree. Ook vos en das komen voor, maar de kans ze te zien is vrij klein. De vos is een schuwe broeder. En een nog meer verborgen leven leidt de das. In de boomtoppen is de eekhoorn te vinden, terwijl op de grond de steenmarter voorkomt. Als gevolg van een toenemende marterpopulatie in Duitsland, komt de steenmarter ook in Overijssel steeds meer voor. Op de overgangen van het bos naar het cultuurland zijn andere marterachtigen te vinden: de bunzing en de meer zeldzame wezel en hermelijn. In de oude holle bomen komen vleermuizen voor. Diverse soorten gebruiken de holtes als rustplaats voor de winterslaap en als kraamkamer.
Levendbarende hagedis en zandhagedis zijn hier -hoewel landelijk gezien vrij zeldzaam- tamelijk algemeen. Naast de heide- en stuifzandgebieden maken deze soorten ook gebruik van de brede, zonnige zandwegen door het bos om zich te verplaatsen. De hazelworm komt in het gehele gebied voor, maar de grootste trefkans heeft u op de heide.
Bij het water vindt u de heikikker en de gewone pad. Op natte plaatsen komen, hoewel minder talrijk dan vroeger, de bruine kikker, de kamsalamander en de kleine watersalamander voor.
Vogels laten zich makkelijker zien. Er broeden meer dan 75 vogelsoorten in het Nationaal Park. De meest zeldzame soorten zijn roodborsttapuit, raaf, nachtzwaluw en korhoen. Een deel van de centrale open heide is vooral vanwege het korhoen in het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli niet toegankelijk, maar vanaf de Nijverdalse Bergweg is het korhoen in de baltsperiode goed te zien. Daar is wel wat moeite voor nodig: de balts speelt zich rond de ochtenschemering af. Om een uur of acht 's-ochtends is het baltsgedrag alweer voorbij, waarna het niet eenvoudig is de dieren te zien. De balts is één van de meest bijzondere onderdelen van de leefwijze van het korhoen. Op de baltsplaats -een plek die vaak dezelfde is en van generatie op generatie wordt overgegeven- verdedigen de hanen ieder een eigen stukje (territorium). De schijngevechten die volgens vaste rituelen met veel gefladder, gebrom, gesis en gekoer gepaard gaan, hebben als doel een hen te lokken, waarna in de tweede helft van april de paring plaatsvindt.
In tegenstelling tot andere hoendersoorten kunnen korhoenders vrij goed vliegen en dat is maar goed ook. Voedsel zoeken doen ze vaak op afstand van het eigenlijke nest- of leefgebied. Het voedsel wordt vooral op de heide gezocht. De kuikens leven in het begin vooral van rupsen, kevers, spinnen e.d., maar naarmate de dieren ouder worden eten ze vooral plantaardig voedsel zoals gras, boomknoppen en (bos)bessen.
In de oude naaldhoutbossen komen vooral zwarte mees, kuifmees en kruisbek voor. En regelmatig zult u de roep van een wespendief of havik horen. In de loofhoutbossen kan ook de boomklever, kleine bonte specht en appelvink voorkomen. Ook de nachtzwaluw blijkt profijt te hebben van het op korhoenders gerichte beheer, waarbij de oppervlakte heide wordt uitgebreid. Deze soort doet het opmerkelijk goed op de Sallandse Heuvelrug.
Ruimte voor het korhoen
Omdat de Sallandse Heuvelrug de laatste plaats in Nederland is waar een levensvatbare populatie korhoenders voorkomt, wordt extra aandacht geschonken aan deze soort. Dat betekent dat bij het beheer rekening wordt gehouden met de eisen die het korhoen aan z'n leefgebied stelt. Daar profiteren overigens ook veel andere dieren van. Het concrete gevolg van dat "rekening houden met" is dat er de afgelopen jaren veel bos is gekapt, om zo het oppervlak open heideterrein weer te vergroten Aan de westkant van het gebied ligt een halfopen bosgebied waar schotse hooglanders lopen die door het grazen meer afwisseling in het gebied brengen.
Informatie over het gebied
Voor meer informatie over het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug kunt u contact opnemen met:
Secretariaat Nationaal Park i.o. Sallandse Heuvelrug
Postbus 10078
8000 GB Zwolle
E-mail
Voor informatie over het gebied zelf en natuurrecreatie (o.a. excursiemogelijkheden) kunt u terecht bij:
Bezoekerscentrum Sallandse Heuvelrug (Staatsbosbeheer)
Grotestraat 281
Nijverdal
0548-612711
postadres: Paltheweg 5
7448 RJ Haarle
Vereniging Natuurmonumenten
Inspectie Overijssel en Flevoland
Inspectiekantoor Natuurmonumenten
Emmastraat 7
8011 AE Zwolle
038 3448031
Infoschuur de Pas (Vereniging Natuurmonumenten)
Molenweg 2
7448 RE Haarle
(deze onbemenste informatieruimte is geopend tijdens weekenden en schoolvakanties)
Deze pagina kwam tot stand in samenwerking met Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug