Hoogste "berg"
De Tankenberg is met zijn 85 meter de hoogste "berg" van de Oldenzaalse stuwwal. Boven op de berg staat een koepeltje, van waaruit wandelaars kunnen genieten van een prachtig uitzicht over het golvende Twentse landschap, dat zeer rijk is aan planten en dieren. Vogels als goudvink, appelvink, groene specht en bosuil komen hier volop voor. Steenmarter en soms das worden in deze streek nog gezien. Behalve in Zuid Limburg is nergens in Nederland zoveel variatie in plantensoorten te vinden als in dit gebied. De variatie hangt samen met de ondergrond die bestaat uit een mengeling van leem, klei, zand, grind en stenen. In de bossen groeien planten als boswederik, bosanemoon en bospaardestaart. Dotterbloemen, koekoeksbloemen en ook goudveil gedijen goed op de vochtige hooilanden.
Beekjes
In dit karakteristieke landschap stromen veel beekjes. Natuurmonumenten wil de in het verleden gekanaliseerde beken hier hun natuurlijke loop weer teruggeven. Een beek leidt namelijk een dynamisch bestaan, waarbij het stromende water stukken grond meeneemt en ergens anders weer afzet. De ijsvogel, die nestelt in de steile beekoevers, en ook bepaalde vissen zijn afhankelijk van deze dynamiek.
Rogge en hooilanden
De boerderijen worden omringd door essen en akkers. Deze vroegere gemeenschappelijke essen noemt men hier "heurnes". Natuurmonumenten verbouwt op enkele essen rogge, een gewas dat de boeren tegenwoordig niet meer verbouwen. In de zomer valt op deze roggevelden de bloemenpracht, met vogelwikke, kamille en korenbloem op. Andere gedeeltes zijn in gebruik als hooiland. In het voorjaar vertonen deze hooilanden de prachtigste kleuren vanwege de vele bloeiende planten. Omdat ze pas na 15 juni gemaaid worden, hebben de planten ruimschoots de gelegenheid hun zaden te verspreiden. Het gemaaide gras wordt afgevoerd, want hoe schraler de grond, des te meer soorten planten en bloemen er voorkomen.
Natuurlijke bossen
De bossen op de stuwwal zijn ooit aangeplant als eenvormige productiebossen. Natuurmonumenten vormt deze om naar natuurlijke bossen, met verschillende soorten bomen van verschillende leeftijden door elkaar. Onder de bomen groeien struiken en daaronder weer allerlei kruiden, zoals bosanemoon, boswederik en klaverzuring. Zo'n 'lagenbos' biedt voedsel en dekking voor allerlei vogels en zoogdieren. De natuur gaat hier haar eigen gang. Een hoeveelheid dood hout hoort er bij. Dode bomen bieden door hun zachte hout nestgelegenheid aan holenbroeders als spechten, mezen en vliegenvangers. Terwijl de stam langzaam vergaat, dient hij als voedselbron voor insecten en groeien er mossen en paddestoelen op. Uiteindelijk is er op het oog niets meer over. Wat eens een boom was, is nu humus: voeding voor de bosbodem, waarop weer nieuw leven ontstaat.
Heidevelden
In vroeger tijden, voordat de textielproducenten kwamen, bestond bijna de gehele Oldenzaalse stuwwal uit heide. Doordat de meeste heidevelden spontaan begroeiden met bomen, zijn er slechts enkele snippers over. Op kleinschalige wijze werkt Natuurmonumenten in het gebied aan uitbreiding van de heide en bijzondere planten, struiken en bomen.
Faunavoorzieningen
Natuurmonumenten heeft in haar terreinen veel voorzieningen getroffen voor dieren. Over de A1 is samen met Rijkswaterstaat een ecoduct gebouwd voor het grotere wild, zoals reeën en hazen. En onder tal van provinciale wegen zijn in samenwerking met de provincie tunnels aangelegd. Marters, konijnen, egels, padden, muizen en dassen maken dankbaar gebruik van deze veilige oversteekplaatsen. Verspreid over de stuwwal liggen poelen, van belang voor de zeldzame heikikkers, boomkikkers en ook salamanders.
Op excursie
In enkele terreinen van Natuurmonumenten in Twente kunt u op excursie. Kijk voor de mogelijkheden eens op de internetsite van Natuurmonumenten of vraag het excursieprogramma aan bij de ledenservice van Natuurmonumenten, telefoon (035) 655 99 11.
Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met