Molens in Hellendoorn
In
de dertiende eeuw werden er in Nederland voor het eerst windmolens gebouwd. Op
het platteland had de adel het alleenrecht om molens te bouwen, waar de bewoners
verplicht hun graan moesten laten malen. Maar na het opheffen van de adellijke
privileges in 1798, mocht iedereen een molen bouwen. In de negentiende eeuw
werden er in Nederland dan ook veel nieuwe molens gebouwd. In en nabij
Hellendoorn stonden rond 1850 wel acht molens: Schuilenburg, de Korenaer
(tegenwoordig de Hoop), de Lemelermolen aan de Kooiweg, de Hellendoornsche Molen
oftewel de Wippe, de Noetselermolen in Nijverdal en de molens in Haarle, Daarle
en Marle. Tegenwoordig bestaan alleen de Hoop en de Wippe nog. Van de
Noetselermolen rest alleen de stenen voet.
De bouw van de molen
In 1821 diende
grutter en landbouwer Jan van Rooy bij de gemeente een aanvraag in tot het
bouwen van een molen. Binnen een week diende de gravin Van Rechteren Limpurg een
zelfde aanvraag in. Waarschijnlijk was zij bang voor concurrentie met haar
Schuilenburgermolen. Het gemeentebestuur verleende de vergunning aan de gravin,
hoewel Van Rooy de eerste aanvrager was. Zij liet een molen bouwen op de
Wippenbelt, waar de huidige naam van de molen van afgeleid is. In de negentiende
eeuw werd de molen in officiële stukken als de Hellendoornsche Molen aangeduid.
De gravin verpachtte de molen aan de molenaars van de Schuilenburgermolen,
Gerrit Hendrik Lankheet en Hendrikus Broekhuis. Zij zetten er hun knecht
Lambertus Konijnenbelt op. Deze bouwde in 1845 de Noetseler molen. In 1839
worden door een windhoos de wieken weggerukt van de as en naast de molen
geslingerd.
De periode Ter Horst
In 1844 dient
Evert ter Horst een verzoek tot het bouwen van een koren- en pelmolen in de
buurtschap Daarle in. Hij is op dat moment werkzaam als knecht op de
Schuilenburger molen. Zijn verzoek wordt afgewezen. Kort daarop krijgt hij
echter zijn kans, als dominee Bolks met zijn volgelingen naar Michigan vertrekt.
Ook de Lankheets vertrekken en waarschijnlijk wordt Evert ter Horst dan molenaar
op de Hellendoornsche Molen. De gravin verkoopt de molen in 1856 aan Gerrit
Olthof, bakker en tapper. Deze doet de molen vier jaar later over aan Evert ter
Horst zelf.
De brand
In 1870 brandde de
molen af. Blijkbaar is hij weer opgebouwd, want in 1881 werd hij verkocht door
Evert ter Horst. Twee jaar later kocht de echtgenote van molenaar Gerrit Jan
Groote Wolthaar de molen. Zij woonden schuin tegenover de molen. Een jaar later
vertrokken zij uit Hellendoorn, nadat zij de molen en het huis verkocht hebben
aan Gerrit van der Worp. Deze was getrouwd met Janna Lubbers en had vier
kinderen. Gerrits broer Evert woonde bij hen in en hielp mee in de molen.
Verdriet bij de molen
Gerrit overlijdt
in 1888 op de jonge leeftijd van 28 jaar. Uit de inventaris die een jaar later
is opgemaakt blijkt dat het jonge gezin zich diep in de schulden had gestoken om
de molen met erf en het huis schuin tegenover de molen te kopen. Weduwe Janna
Lubbers huwde in 1889 met Albertus Boom, een molenaar uit Hattem. Ze krijgen
twee dochtertjes, die al heel jong overlijden. Een lang huwelijk is hen ook niet
beschoren, want reeds in 1898 overlijdt Janna. Albertus Boom huwde in 1905 met
Hendrikje Haar. Ze krijgen drie kinderen. Dit is het eerste molenaarsgezin
waarvan we foto's hebben, waarop ze poseren bij de molen.
Kort voor het
overlijden van Boom in 1918 werd er een acte voor de notaris gepasseerd, waarin
de kinderen van Van der Worp hun rechtmatige erfdeel kregen. Vervolgens kochten
de twee oudste zonen van Gerrit van der Worp in 1919 de molen van de erven Boom.
Zij zetten het bedrijf van hun vader voort. De oudste, Evert Jan, werd molenaar,
en de tweede, Jan, was toen al winkelier aan Dorpsstraat 34. Evert Jan bouwde
een huis bij de molen. In 1993 werd dit pand afgebroken en werd het huidige huis
aan Ommerweg 15 neergezet.
De twintigste eeuw
In
1925 verkoopt van der Worp de molen aan molenaar Johannes Wilhelmus Fakkert uit
Hoonhorst. Ook deze is afkomstig uit een molenaarsgeslacht. Zijn broer Bernardus
Albertus kwam mee om hem te helpen, en later kwam er ook nog een zuster over. In
1927 kwam er elektrische aandrijving en was de molen niet meer afhankelijk van
de wind. Er kon vanaf dat moment regelmatig gemalen worden. In de jaren '50 van
de vorige eeuw waren de coöperaties erg machtig. De molen van Fakkert behoorde
niet tot de coöperatie, maar wist toch het hoofd boven water te houden. In 1963
werd het gaande werk aan de molen van Welsum verkocht. Van 1980 tot 1995 runde
zoon Anton Fakkert een dierenspeciaalzaak. De molen was toen al niet meer als
zodanig in bedrijf en raakte allengs meer in verval.
De restauratie
In 1997 koopt
Gerrit Dirk Harmsen Gzn. de molen en de grond. Hij verkoopt de molen door aan de
huisartsen Frederik de Ruiter en Bernarda Heslinga. Zij bouwen naast de molen
een gezamenlijk praktijkpand, in de stijl van de voormalige loodsen. In 1999
dragen zij molen en erf over aan de Stichting De Helderse Moln. In opdracht van
deze stichting is de molen gerestaureerd. Door de aanwezigheid op deze plek van
onder andere de huisartsen, verloskundigen en psychiater speelt de molen
tegenwoordig weer een centrale rol in het dorpsleven.
Informatie:
Stichting De Helderse Moln, Steef Haveman (secretaris stichting Helderse Moln )
0548 65 64 65 .