Natuurpad De Wieden
Het korte natuurpad bij het bezoekerscentrum De Wieden laat u in een notendop de belangrijkste kenmerken van De Wieden zien. Het pad slingert door de rietlanden naar de oever van de Beulakerwijde. Dwars door het moeras dus. Maar wees gerust. U loopt over houten vlonders. Via kleine bruggetjes steekt u de uitgeveende trekgaten over.
Het bezoekerscentrum ligt enkele honderden meters ten noorden van Sint Jansklooster, in de buurtschap Kleine Leeuwte. Hier start de wandeling.

Onbekend
Wij hebben deze tocht voor u gelopen in het voorjaar. Voor u zeker zo aardig. Onze foto's laten een beeld van De Wieden zien dat voor de meeste bezoekers onbekend is. Het riet is net gemaaid. De rietlanden zijn kaal. De Wieden is ieder seizoen verschillend. In de zomer wandelt u midden tussen het weer opgeschoten riet. Riet en nog eens riet.
Stagnerend water
Het gebied dat wij nu De Wieden noemen, ligt tussen twee stuwwallen: het Hoge Land van Vollenhove en het gebied rond Steenwijk. Dit land was in vroeger tijden erg drassig. Waar het water stagneerde, ontstonden rietvelden met veel zeggen en veenmossen. Deze planten hebben vooral gezorgd voor de vorming van het laagveen van De Wieden.
Tjaskers
In de Middeleeuwen was al bekend dat gedroogd laagveen (turf) goed te gebruiken was als brandstof. De veenputten werden drooggemalen met eenvoudige houten molentjes, de tjaskers. In de Kop van Overijssel staan er nog slechts twee.
De verveners baggerden het veen in stroken van zo'n 30 meter breed. Voor het veen kwam water in de plaats: het trekgat. Tussen de trekgaten (de weren) liet men stroken land intact, om het veen erop te leggen en zo te drogen. Dat waren de legakkers of de ribben. Deze legakkers waren niet breed, omdat de verveners zoveel mogelijk turf wilden winnen.
Stormen
Met hevige stormen en hoog water verdwenen deze legakkers (en in 1776 zelfs het dorp Beulake) onder de waterspiegel. De vervening en de stormen zorgden voor steeds meer open water in het gebied. Men gaf deze plassen namen die op -wijde eindigen: bijvoorbeeld Beulakerwijde, Belterwijde. Wijde spreek je hier uit als wiede. Vandaar de naam van het gebied: De Wieden.
Toen de inkomsten uit de vervening terugliepen, zochten de turfstekers andere middelen van bestaan. Op de overgebleven legakkers werd geboerd. Men hield er vee, hooide het gras en maaide het riet. De meeste boeren waren tegelijkertijd visser of exploiteerden een eendenkooi. Toen de inkomsten van het vee terugliepen, veranderde veel hooiland in rietland.
Rookwolkjes
De rietproductie is nog steeds belangrijk in de Kop van Overijssel. In het voorjaar wordt er druk gemaaid. Overal kringelen rookwolkjes, de onbruikbare resten worden verbrand. De bossen riet liggen klaar om vervoerd te worden.
Neem na de wandeling even de tijd om een bezoek te brengen aan het Bezoekerscentrum. Niet genoeg gewandeld? Bij het Natuuractiviteitencentrum De Weerribben van Staatsbosbeheer is ook een aardige wandelroute uitgezet.