Boswachterij Staphorst, een oase in een ontginningslandschap
De Boswachterij Staphorst is een typisch ontginningsbos op voormalige heidegrond: bomen van grotendeels dezelfde generatie (1930 - 1940 aangeplant), overwegend naaldhout en een aantal uitgespaarde heideterreinen. Tot zover niets bijzonders. En toch heeft de boswachterij een eigen karakter. Een karakter dat moeilijk onder woorden te brengen valt.
Het Staatsbos, zoals het in de wijde omgeving bekend is, is een groot bos in een verder vlakke streek. Maar dat alleen maakt het nog niet bijzonder. Het is een eiland van bos en dat maakt dat bepaalde dieren zich er makkelijk vestigen. Waar moeten ze anders heen. Als ze eenmaal gevestigd zijn, kunnen ze op gaan treden in grote concentraties. Waar moeten hun nakomelingen heen? Voor de mens heeft dit bos ook zo'n functie. Uit de wijde omgeving komt men hier wandelen en recreëren. De in het bos gelegen recreatievijver de Zwarte Dennen is daar ook verantwoordelijk voor.
Modelboswachterij
In de jaren twintig werd het hele gebied van Staphorst systematisch ontgonnen. De crisis van de jaren dertig leverde een enorm aantal grondarbeiders zodat het bos kon worden aangelegd. Het werd een modelboswachterij met hoofddoel houtproductie. Dit zie je terug in de ruime opzet van het wegenpatroon. Dit was nodig om toekomstig hout af te voeren. Vanaf het begin hebben Fijnspar, Japanse larixs en Douglas het hoofdbestanddeel van het bos gevormd. De Grove-, Corsicaanse- en Oostenrijkse dennen en loofhout als Amerikaanse- en inlandse eik vormden een goede tweede. De Corsicaanse- en Oostenrijkse den worden ook wel zwarte dennen genoemd, hieraan ontleent de recreatievijver haar naam.
Multifunctioneel
In de Boswachterij zullen natuur, houtteelt en recreatie aan hun trekken moeten komen. Dit kan niet overal tegelijk. In een relatief klein deel, de omgeving van de Zwarte Dennen, is het gebied geheel ingericht op recreatie. Daar moeten andere belangen terugtreden. In het bos zelf heeft de houtteelt meestal voorrang op de andere belangen. Vanaf het Schot langs de noordrand is een zone waarin natuurbelangen zwaarder wegen. Hier treft u een reeks natuurterreinen aan die een bezoek waard zijn. Achtereenvolgens heten die Koothaar, Zwarte Venen, Ganzeplas, Zoere Grachten en Vier Bergen. Het huidige beheer is er op gericht om alle functies naadloos in elkaar over te laten lopen.
Waterdrieblad: indicator van kwel.
Niet ver vanaf het 't Schot liggen diverse heideterreinen en vennen. Het zijn de woeste gronden van weleer, onontgonnen gebied. De Koolhaar ten noorden van het Schot is het enige natuurlijke ven dat niet vergraven is. Hier treft u veelvuldig waterdrieblad aan. Waterdrieblad duidt op kwelwater. Dit in tegenstelling tot de andere vennen welke veelal gevuld worden door regenwater. De directe omgeving is begroeid met veenmosrijke dopheivegetatie, die op de hogere delen overgaat in struikheide en open eiken-berkenbos vegetatie. Opmerkelijk is ook de vele kraaiheide.
Vennen
Voor watervogels verwijzen wij u naar De Zwarte Venen of de Ganzenplas. Deze vennen hebben het meeste open water en tevens voldoende dekking op de oevers. Hierdoor treft u dan ook eendensoorten aan als: Dodaars, Wintertaling, Kuifeend en Tafeleend. Op de venoevers overheersen soorten als pijpenstrootje, veenmossen en pitrus. Overmatige groei van Pitrus wijst op ontregeling van voedselhuishouding en/of waterstand. In de oeverzone kan men ook lavendelheide en veenbes vinden, twee typische hoogveensoorten. Van amfibieën en reptielen zijn de volgende soorten waargenomen: Gewone Pad, Rugstreeppad, Heidekikker, Adder, Groene en Bruine Kikker, Kleine Watersalamander, en Kleine Hagedis.
De Vierbergen
Door intensieve onderhoudsmaatregelen als plaggen, maaien en uittrekken van zaailingen kunt u hier nog genieten van een goed ontwikkelde heide. Hier kunt u onder andere soorten als boompieper, boomleeuwerik, kleine vuurvlinder, heideblauwtje, kleine hagedis en adder aantreffen.
Heidevogels
In de toekomst wil Staatsbosbeheer de heide meer geschikt maken voor enkele karakteristieke heidevogels, zoals Paapje, Tapuit, Roodborsttapuit, Nachtzwaluw en Wulp. Hiervoor worden de heiden met elkaar te verbonden. Voor de Roodborsttapuit is deze maatregel al succesvol gebleken. Bij het beheer van de vochtige tot natte heiden, zal extra aandacht worden gegeven aan de zeldzaamste en kwetsbaarste soorten, zoals Klokjesgentiaan, Veenbes en Kleine Zonnedauw.
Dassenburcht
Naast de Zwarte Dennen, het centrum voor bijna alle activiteiten, is er het natuurkampeerterrein de Dassenburcht. De boswachterij wordt doorsneden door een keur aan wandel, fiets- en ruiterpaden. Voor kinderen is er een speciaal natuurpad, het belevingspad, dat ze iets leert over allerlei zaken in het bos. Uiteraard zijn er ook gemarkeerde wandelroutes. U heeft de keuze uit vier gemarkeerde wandelroutes.
Kortom: Boswachterij Staphorst, een oase in een ontginningslandschap.
Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met