|
| | Het rivierenlandschap van de IJssel (5)De uiterwaarden van de IJsselDe jongste afzettingen van de IJssel liggen in de uiterwaarden en rivierbedding. Vooral in de periode na de bedijking, toen de IJssel verhoudingsgewijs door een smal stroombed moest stromen, zijn in de uiterwaarden aanzienlijke pakketten zand en klei afgezet. Op veel plaatsen zijn deze later weggegraven ten behoeve van de baksteenfabricage. Talrijke tichelputten herinneren hier nog aan. Op andere plekken, zoals bij Zwolle, is het reliëf reeds in de Middeleeuwen afgevlakt door tichelwerken. De gronden in de uiterwaarden zijn kalkrijk en hebben een gevarieerde samenstelling. Meestal zijn het lichte kleien of zware zavels, soms ook zeer zandige afzettingen. Deze ontstonden doordat de rivier bij hoge waterstanden en sterke stroomsnelheid zand op haar oevers kwakte. Jong rivierduin-landschap bij Fortmond. Niet alle rivierduinen zijn van hoge ouderdom. Dichtbij de rivier komen ook duinen voor die pas in een recent verleden zijn opgestoven uit zand dat door de rivier is aangevoerd. Een voorbeeld is het hier afgebeelde kalkrijke rivierduin in de Achterweerd bij Fortmond dat direct naast de IJssel ligt. |  |
RivierduinenVaak ontstonden hier en daar hogere zandkopjes of zandruggetjes. De uiterwaarden kenden in hun 'natuurlijke' toestand dan ook een gevarieerd microreliëf. In de grote meanderbocht bij Fortmond zette de rivier zo veel zand af, dat dit plaatselijk is gaan verstuiven. In de Achterweerd ligt daardoor een reeks jonge, kalkrijke rivierduinen, die aan het eind van de vorige eeuw voor een deel bebost zijn. We weten niet waar de IJssel precies liep in de verschillende perioden van haar bestaan. Wel kunnen we op oude kaarten en in het veld nog veel voormalige rivierbeddingen herkennen. Soms zijn deze beddingen geheel verland, soms voeren ze nog water. Wanneer ze nog water voeren, noemen we ze meestal hanken. Op de natuurlijke landschapskaart zijn alle geulen ingetekend die op 19e- en 20e-eeuwse topografische kaarten en bodemkaarten te herkennen waren. Ongetwijfeld zijn er veel meer geweest, maar deze zijn onherkenbaar geworden door latere overslibbingen of afgravingen door de mens. De baksteenindustrie heeft op veel plaatsen het oude reliëf onherkenbaar veranderd. Fraaie restanten van oude hanken komen nog voor in de Keizers- en Stobbenwaarden, Olster Waarden en Duurse Waarden. Namen op waard en weerd zijn overigens karakteristiek voor de uiterwaarden en stroomgordels. Met een waard werd vroeger een gebied aangeduid dat aan alle kanten omringd was door oude en jonge rivierlopen. We komen ze langs de IJssel vrijwel overal tegen, evenals trouwens in het gehele Nederlandse rivierengebied. MeidoornhagenDe vruchtbare, kalkrijke gronden van de uiterwaarden zijn al eeuwenlang grotendeels in gebruik als weiland. Op veel plaatsen kwamen vroeger - en ook nu nog - meidoornhagen voor. Ze werden geplant als veekering en voor boerengeriefhout. De grote, harde doorns van de meidoorn en sleedoorn werden als worstpennen gebruikt. Theo Spek Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek Afdeling Landschap & Erfgoed Postbus 1600 3800 BP Amersfoort tel. 033 - 4227595 e-mail t.spek@archis.nl 
| |
|