Het dekzandlandschap (9)
Geen beekdalen maar dalvormige dekzandlaagten
Op oude en moderne topografische kaarten van Salland zien we een groot aantal rechte weteringen die van oost naar west door het dekzandlandschap lopen. Zij liggen meestal in natuurlijke dalvormige laagten, die gewoonlijk als beekdalen worden beschouwd. De gedachte ligt voor de hand dat deze weteringen van oorsprong beken - dus natuurlijke waterlopen - waren, die later zijn gekanaliseerd. Dit is echter niet het geval. Bodemkundigen troffen bij hun veldwerk in het dekzandgebied vrijwel nergens restanten aan van oude natuurlijke beeklopen. Slechts op enkele plaatsen krijgt men de indruk dat er vroeger een natuurlijke geul heeft gelopen.
Beken
Wat verder naar het zuiden vinden we wel echte beken. Op de zuidgrens van Salland, dat wil zeggen op de de provinciegrens tussen Overijssel en Gelderland, ligt de Dortherbeek, die zonder twijfel een natuurlijke oorsprong heeft. In de Middeleeuwen heette deze beek de Hunnepe. Deze zeer oude Germaanse naam betekent letterlijk 'geelbruin water' (hun = bruin, geel; apa = water). Wat verder naar het zuiden vinden we in de Achterhoek onder meer de natuurlijke lopen van de Eefsche en Harfensche Beek, de Berkel en de Hackfortse beek.
In het Sallandse dekzandlandschap ten noorden van de Hunnepe hebben we daarentegen tot op heden geen enkele geologische of bodemkundige aanwijzing dat hier in het verleden meanderende beeklopen hebben bestaan. Ook de namen van de vele waterleidingen in Salland geven geen aanleiding om te denken dat we hier met voormalige beken te maken hebben. Ze hebben vrijwel allemaal namen die eindigen op wetering, waterleiding, leide of vloedgraven. Al deze naamtypen duiden op door de mens gegraven waterlopen.
Geen beken in Salland
Natuurlijke waternamen komen in Salland alleen in een enkele plaatsnaam voor, zoals in het geval van Wesepe. Deze naam grijpt weliswaar terug op een prehistorische waterloop of waterplas, maar uiteraard kan hieruit nog geen bewijs worden afgeleid dat we hier met een meanderende beekloop van doen hebben. De enigszins verrassende conclusie luidt dan ook dat grote delen van het Sallandse zandlandschap in de prehistorische situatie geen meanderende beken hebben gehad. We spreken daarom in Salland niet van beekdalen, maar van 'dalvormige dekzandlaagten'.
Hoe moeten we ons deze laagten nu voorstellen in de tijd dat er nog geen weteringen waren, dus vóór de Late Middeleeuwen? Vrijwel zeker als uitgestrekte moerassen waar immense hoeveelheden water stagneerden. Om dit te kunnen begrijpen dienen we de hydrologie van Salland in wat beter perspectief te bezien. Voor de aanvoer van water is het belangrijk om te beseffen dat het laaggelegen midden van Salland grote hoeveelheden water te verwerken kreeg van de hoger gelegen gebieden ten oosten. Vooral in de ondergrond was er een sterke waterdruk vanuit onder andere de Sallandse heuvelrug. Aan de westzijde van de heuvelrug trad dit water op veel plaatsen uit, onder meer in grote kwelwatergebieden ter plekke van het huidige Schanerbroek, Hellendoornse Broek, Holterbroek, Lokerbroek en Markelose Broek.
Een afgesloten badkuip
De barrières van dekzand zorgden voor een sterke remming van de waterafvoer naar het westen. Op veel plaatsen was zelfs sprake van een sterke stagnatie van water. Het water kwam als het ware terecht in een afgesloten badkuip. Alleen wanneer de badkuip overstroomde, werd water naar het westen afgevoerd. In de badkuipen zelf konden zich na verloop van tijd dikke pakketten veen vormen: de huidige broekgebieden. In de laagten met een wat betere afvoer ontstond geen veen, maar bleef de ondergrond een natte zandbodem.
Door de moeizame afvoer van het oppervlaktewater veranderden de dekzandlaagten van Salland in het begin van het Holoceen in uitgestrekte moerasgebieden, waar natte broekbossen en open moerasvegetaties elkaar afwisselden. Deze dichte moerasvegetaties vormden zelf eveneens een extra obstakel voor een snelle afvoer van het water naar het westen. Deze afvoer was daarom tot ver in de Middeleeuwen slechts heel geleidelijk. Piekafvoeren kwamen veel minder voor dan in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd toen de mens op grote schaal waterleidingen had gegraven.
Theo Spek
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
Afdeling Landschap & Erfgoed
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort
tel. 033 - 4227595
e-mail t.spek@archis.nl
