|
| | Het dekzandlandschap (8)De wijde vlakten van het oude-dekzandlandschapEen landschap met aanzienlijk lemiger bodems dan die in het jonge-dekzandlandschap is dat van de uitgestrekte dekzandvlakten van het oude-dekzandlandschap. We vinden dit landschap ten oosten van Raalte, Heeten en Okkenbroek in een brede zone tussen het jonge-dekzandlandschap in het westen en het stuwwal- en gordeldekzandlandschap in het oosten. De meest karakteristieke kenmerken van dit gebied zijn de lemige zandbodems en de vlakke ligging van het terrein. Ten oosten van Heeten en Boetele lag in de vorige eeuw nog een uitgestrekt, zeer vlak heidegebied met een oppervlak van vijf bij drie kilometer. Slechts op enkele plaatsen steekt een laag ruggetje van jong dekzand boven deze vlakte uit. Aan de westzijde wordt deze dekzandvlakte afgesloten door de - al eerder besproken - rij hoge dekzandruggen tussen Raalte en Okkenbroek. Het oude-dekzandlandschap ten oosten van Heeten. Op de plek waar deze foto is genomen, lag honderd jaar geleden nog een groot heideveld. In onze eeuw is deze hei ontgonnen. Hoewel dit landschap op het eerste gezicht heel gewoon lijkt, zijn gave oude-dekzandlandschappen in Nederland toch vrij zeldzaam. Kenmerkend voor dit landschap zijn de zeer vlakke ligging, de aanwezigheid van zeer lemige en vochtige bodems en het uitgestrekte, open landschap. |  |
Lemig zandDe dekzandvlakten in het bovengenoemde gebied zijn ontstaan in het midden van de Weichsel-ijstijd, toen de wind een dik pakket lemig zand afzette, het al eerder genoemde Oude Dekzand. Dit zand bestaat uit een opeenstapeling van dunne laagjes lemig en niet lemig zeer fijn zand. De oude-dekzandvlakte wigt aan de oostzijde uit in de gordeldekzanden rondom de Sallandse heuvelrug. De grondwaterstanden in het oude-dekzandlandschap waren vrijwel overal hoog. De lemige, vochtige zandgronden van het oude-dekzandlandschap waren nauwelijks geschikt voor ontginning tot landbouwgrond. Oorspronkelijk hadden ze waarschijnlijk zelfs een venige bovengrond. Het natuurlijke bostype op deze gronden is een vochtig bos. Onder invloed van houtkap en beweiding degradeerden de bossen in de loop van de eeuwen tot vochtige, grasrijke heidevelden met veel pijpenstrootjes. Op topografische kaarten uit de vorige eeuw zien we dat dit matig voedselrijke heidelandschap rijk was aan grazige laagten, struweel, kleine bosjes en vennetjes. Het huidige natuurreservaat Het Boetelerveld geeft nog een goede indruk van dit halfnatuurlijke landschap. Het oude-dekzandlandschap van het Boetelerveld. In de prehistorie waren de dekzandvlakten ten oosten van Heeten bedekt door uitgestrekte loofwouden. Door houtkap en begrazing veranderden deze bossen langzamerhand in een open heidelandschap. Het landschap van het natuurreservaat "Het Boetelerveld" geeft nog een goede indruk van dit voormalige heidelandschap met zijn vele drassige plekken en veentjes. |  |
VeldnamenDe veldnamen in de vlakten van het oude-dekzandlandschap bevatten vrijwel steeds de bestanddelen veld, mars en heide. De mars-gebieden liggen vooral in het zuidelijke deel van het oude-dekzandlandschap: Heetermars, Poggebeltsmars, Hemmekesmars, Pieriksmars. De heide- en veld-namen komen meer in het noorden voor op: Haneveld, Boetelerveld, Schoonheeterheide, Haarlerveld, Heeterveld, Achterveld. Het zuidelijk gelegen Okkenbroekerveld vormt voor wat betreft ligging een uitzondering, voor wat betreft bodemgesteldheid niet. De plaatsnaam Heeten betekent overigens zelf ook 'heide'. Theo Spek Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek Afdeling Landschap & Erfgoed Postbus 1600 3800 BP Amersfoort tel. 033 - 4227595 e-mail t.spek@archis.nl 
| |
|