Het dekzandlandschap (6)
De dekzandruggen van Zwolle en Heino
In het noorden van Salland liggen bij Zwolle en Heino dekzandruggen die afwijken van die in het middengedeelte van Salland. Ze zijn aanzienlijk langer en breder en liggen in een west-oost richting. De langste rug loopt van Laag-Zuthem via Heino naar Lemelerveld en is ruim 10 kilometer lang. In en rondom Zwolle liggen drie langgerekte, brede dekzandruggen in de richting zuidoost-noordwest. Van oost naar west onderscheiden we: (1) de Diezer dekzandrug; (2) de dekzandrug van Blalo-Assendorp; (3) de dekzandrug van De Lure-Ittersum.
Zwolle
Op de Diezer rug lagen tot het begin van deze eeuw de bouwlanden van de Diezerenk en de Oosterenk. In de tweede helft van de 19de eeuw begon men hier met de aanleg van de 'Nieuwe Stad'. Tegenwoordig bedekt een gedeelte van de wijken Holtenbroek, Diezerpoort en Wipstrik deze dekzandrug. Ook de dekzandrug van Blalo-Assendorp is tegenwoordig grotendeels bebouwd overdekt. Het zuidelijke deel van de oude middeleeuwse stadskern van Zwolle (omgeving Peperbus - Gemeentehuis- Sassenpoort) is op deze dekzandrug gebouwd. In later tijd werden ook de wijken Kamperpoort en Assendorp op deze rug aangelegd. Op de derde dekzandrug lagen vroeger de bouwlanden van De Lure en de oude bebouwing van Ittersum. De naam Lure betekent overigens 'glooiing'. Ter weerszijden van deze drie Zwolse ruggen lagen in het verleden de laaggelegen broekgebieden van het Holtenbroek, 't Weezenland, het Zuidbroek en het Schellerbroek.
Stroomdalen
Het is niet precies bekend hoe deze grote en brede dekzandruggen bij Heino en Zwolle zijn ontstaan. Gezien hun grootte en richting moet hun wordingsgeschiedenis hebben afgeweken van de hierbovengenoemde kleinere ruggen in midden-Salland. Gelet op hun richting en de samenstelling van het dekzand hangt de vorming van de ruggen van Heino en Zwolle vermoedelijk samen met voormalige stroomdalen van de Vecht. Het zand in dit gebied behoort tot het Jonge Dekzand en is witter van kleur dan dat in midden-Salland. Het is vrijwel zonder uitzondering arm aan leem, waardoor het zeer gevoelig is voor verstuiving. In de tijd van de menselijke bewoning ontstonden hier dan ook plaatselijk grote stuifzanden.
De langgerekte dekzandruggen waren in het verleden van groot belang voor het verkeer tussen Zwolle en Twente. Het natte dekzandlandschap kon zeker in de winter en het voorjaar eigenlijk alleen over de hoogste ruggen worden doorkruist. We zien dan ook dat de Zuthemse weg, de Zwolse weg en de Lemerveldseweg kilometers lang de grote rug van Heino volgen. In de vorige eeuw heette deze wegen samen de Zandsteeg. De meeste boerderijen rond Heino liggen op deze langgerekte dekzandrug. Ze hadden hun bouwland op de hoogste plekken en hun graslanden in de dekzandlaagten aan de noord- en zuidzijde. Ten noorden van Heino slingerde zich de Oude Twentse weg van dekzandrug naar dekzandrug om ter hoogte van Veldhoek op de grote rug van Heino uit te komen. Deze verbinding wordt in de bronnen al in 1271 genoemd.
Verstuivingen
Het intensieve verkeer over de rulle zandwegen maakte de dekzandruggen erg kwetsbaar. Op veel plaatsen zijn dan ook verstuivingen ontstaan. Ook in Drenthe is dit verschijnsel veelvuldig waargenomen. Het merendeel van de stuifzanden is waarschijnlijk in de laatste paar eeuwen ontstaan, omdat het landschap toen erg open en het verkeer het meest intensief was. De naaldbossen ten oosten van Heino liggen vrijwel allemaal op stuifzand. De naam De Stoevinghe voor een bebost stuifzand met bungalowpark ten noordoosten van Heino is dus zeer toepasselijk. Ten noorden van het Dalsmholte liggen op het voormalige Rechterensche Veld uitgestrekte stuifzanden bedekt met naaldbos.
Stikkenwallen
Om het stuifzand te beteugelen en het cultuurland te beschermen legde men in Salland plaatselijk honderden meters stikkenwallen aan. Dit waren hekwerken van in de grond gestoken palen (stikken) die onderling waren verbonden door takkenbossen. Wanneer deze takkenhagen onder het stuifzand bedolven raakten, stak men bovenop de zandwallen weer nieuwe palen in de grond. Zo konden in de loop der eeuwen wallen ontstaan van vele meters hoogte. Mooie voorbeelden liggen op het Rechterensche Veld ten noorden van Heino, onder meer bij de boerderijen Moezenbelt en Hulzebosch en ter weerszijden van het Sterrebosch. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw zijn veel stuifzanden vastgelegd onder naaldbos.
Theo Spek
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
Afdeling Landschap & Erfgoed
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort
tel. 033 - 4227595
e-mail t.spek@archis.nl
