|
| | Het dekzandlandschap (4)De hoogten aan de westrand van het oude-dekzandlandschapTer hoogte van de lijn Raalte-Pleegste-Heeten-Okkenbroek vormt een reeks hoge dekzandruggen een in het oog springende overgang van het vlakke oude-dekzandlandschap in het oosten naar het golvende jonge-dekzandlandschap in het westen. De noord-zuidrichting van deze ruggen lijkt op die van de rivierduinen langs de IJssel. Het huidige IJsseldal en het latere dekzandgebied ten oosten daarvan bestond tot in de vroege Weichsel-ijstijd uit een brede riviervlakte. Hierin lagen snel stromende rivieren die zich in een vlechtend patroon een weg baanden tussen allerlei zandbanken. Toen het klimaat in de loop van de Weichsel-ijstijd steeds kouder en droger werd, vielen vele rivierbeddingen droog. Hierdoor versmalde die brede riviervlakte zich tot een omvang van ongeveer het huidige IJsseldal en viel dus een groot gebied droog. Dit gebied veranderde al snel in een stuivende zandvlakte. De bovengenoemde reeks van dekzandruggen ontstond vermoedelijk op de overgang naar een begroeide vlakte ten oosten van Heeten. OpgehoogdGeologisch bestaan deze dekzandruggen in hun kern uit oud dekzand. Later - aan het einde van de Weichsel-ijstijd (13.000-9.000 v. Chr) - werden deze hoogten nog eens opgehoogd met Jong Dekzand. Op deze zanden groeide en vrij rijke loofbos. Een deel van deze bossen moest al in een vroeg stadium plaatsmaken voor de mens. Aaneengesloten droge gebieden waren in midden-Salland schaars en juist deze gronden had men nodig om te kunnen wonen en akkerbouwgewassen te telen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de hoogten tussen Raalte en Okkenbroek in de prehistorie al in gebruik genomen waren door de mens. Hoewel we nog weinig weten van de archeologische geschiedenis van het Sallandse dekzandlandschap, maken recente vondsten in onder meer Raalte en Heeten voldoende duidelijk dat deze hoogten in de prehistorie en de Romeinse tijd erg in trek waren. Dekzandruggen bij Okkenbroek. De overgang van het oude-dekzandlandschap naar het jonge-dekzandlandschap wordt in Salland vaak gemarkeerd door grote en zeer hoge dekzandruggen. In de Borgelinkshoek ten zuidwesten van Okkenbroek is deze overgang bijzonder fraai. Rond de oude-dekzandvlakte van het Okkenbroeker Veld ligt een halve ring van jonge dekzandruggen. Het bouwland van de boerderijen in deze buurschap ligt voor een groot deel op deze dekzandruggen. De dekzandlaagten en de oude-dekzandvlakte zijn voornamelijk als weiland in gebruik. |  |
IjzerovensIn Raalte trof men in 1993 een grafveld uit de Midden-IJzertijd aan. In 1994 vonden archeologen aan de zuidzijde van Heeten een reeks gebouwen en ijzerovens uit de Laat-Romeinse tijd (1e helft 4e eeuw). De plaatsnaam Pleegste, waarvan de oudste vermelding Pleist is, kan op grond van de uitgang -st mogelijk tot de prehistorische namen worden gerekend. Ook op deze hoogte kan men zeker resten van vóór de Middeleeuwen verwachten. Rond het jaar 1000 verschoof de bewoning zich van de bovenkant van de dekzandruggen naar de flanken, een verschijnsel dat we ook uit Noord-Duitsland, Drenthe en Twente kennen. De boerderijen van Tyenraan, Raan, Linderte, Raalte, Ramele, Boetele, Pleegste, Heeten en Okkenbroek lagen in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd dus vooral op de flanken van de dekzandruggen. Op de ruggen zelf werden uitgestrekte bouwlanden aangelegd, de bekende enken. Bemesting met plaggen zorgde ervoor dat het oorspronkelijke maaiveld met gemiddeld 60-100 centmeter werd opgehoogd. Onder deze plaggendekken bevinden zich waarschijnlijk overblijfselen van nederzettingen en akkerlagen uit de prehistorische periode en de Vroege en Hoge Middeleeuwen. Meestal kwamen de boerderijen in een krans rondom de enk te liggen. In een enkel geval ontstond een meer geconcentreerd bebouwingspatroon rondom bijvoorbeeld een kerk of een hof van een grootgrondbezitter. Theo Spek Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek Afdeling Landschap & Erfgoed Postbus 1600 3800 BP Amersfoort tel. 033 - 4227595 e-mail t.spek@archis.nl 
| |
|