Het dekzandlandschap (3)
Gordeldekzandruggen
De hogere gronden van de Sallandse heuvelrug gaan aan de oostkant in een vrij smalle zone over in de natte zandgronden in het beekdal van de Regge. Op de overgang van deze twee landschapstypen ligt een smalle strook gordeldekzand. Tijdens de laatste ijstijd bliezen sterke winden grote hoeveelheden zand vanaf de stuwwallen en spoelzandwaaiers naar de flanken van de Sallandse heuvelrug. Hierdoor ontstond rondom de stuwwal een brede gordel van metersdik, leemarm dekzand. Dit gordeldekzand heeft meestal een vrij sterke helling. Bij Haarle en Espelo loopt de hoogte van het maaiveld binnen drie kilometer op van 10 meter boven NAP in het westen naar 20 meter boven NAP in het oosten. Vooral op de overgang van de droge gordeldekzanden naar de vochtiger, begroeide beekdalgronden van de Regge ontstonden hoge gordeldekzandruggen. We zien ze met name in de strook Lichtenberg-Hexel-Noetsele-Hellendoorn-Rhaan. Ze zijn voor het merendeel noord-zuid gericht en vormen markante hoogten in het landschap.
Goed bewoonbaar
Omdat deze ruggen vrijwel steeds op de overgang van hoog naar laag liggen en vanwege hun hoogte goed bewoonbaar zijn, bouwde men daar in vroeger tijd boerderijen en legde men er akkers aan. Waarschijnlijk bevatten deze gordeldekzandruggen tal van prehistorische resten ter hoogte van het oorspronkelijke maaiveld. Dit werd vanaf de Late Middeleeuwen sterk opgehoogd door de bemesting met zandhoudende plaggenmest.
Theo Spek
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
Afdeling Landschap & Erfgoed
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort
tel. 033 - 4227595
e-mail t.spek@archis.nl
