Het dekzandlandschap (11)
Schoensmeer en turf: voedselarme vennen
In het golvende dekzandlandschap van Salland komen veel laagten voor die aan alle kanten zijn omringd door hogere gronden, de zogenaamde afvoerloze laagten. Water in deze laagten kon alleen door wegzijging worden afgevoerd. Dit had een sterke uitspoeling van humus en ijzer naar de ondergrond tot gevolg. Deze zetten zich op enkele decimeters diepte vaak weer af. Vooral wanneer in de ondergrond lösslagen aanwezig waren, leidde de inspoeling van humus tot een zwarte, schoensmeerachtige laag in de ondergrond. Deze laag werd na verloop van tijd zo verdicht dat het water hierop stagneerde. Op deze manier ontstonden talrijke vennen.
Afvoerloze laagten
Het dekzandlandschap bevatte vroeger veel van dit soort afvoerloze laagten. Ze werden uitsluitend gevoed door regenwater dat veel armer was aan voedingsstoffen dan het kwelwater uit diepere grondlagen. Als gevolg hiervan was de bovengrond in deze laagten arm en ontstond in de plassen en drassige laagten ook een veel armer soort veen. Uiteindelijk leidde dit tot de vorming van veenmosveen (Sphagnum-veen), dat ook wel hoogveen wordt genoemd.
Wanneer we hun verspreidingspatroon bekijken, zien we dat ze zowel in het oude- als in het jonge-dekzandlandschap massaal voorkwamen. In het heidelandschap van de oude-dekzandvlakte ten oosten van Boetele en Heeten lagen talrijke plassen en vennen. Het water stagneerde hier op het sterk lemige Oude Dekzand en op de kazige inspoelingslagen van de podzolgronden. In het natuurreservaat Het Boetelerveld zijn nog enkele fraaie vennen bewaard gebleven.
Turf
Waar winbare hoeveelheden veenmosveen aanwezig waren, heeft men deze in het verleden vaak afgegraven om als turf in de kachel op te stoken. Over het algemeen droegen deze vennen namen die op -veen eindigden. Op oude topografische kaarten worden meestal alleen de namen van de wat grotere venen weergegeven. Voorbeelden zijn het Bathmense veen en het Kleine veen ten zuiden van Lemelerveld. Vrijwel alle veldnamen met het bestanddeel veen hebben betrekking op voedselarm hoogveen.
In de zuidoosthoek van het Dalmsholt, het gebied tussen de Luttenberg en de Lemelerberg, lag een sterke concentratie van voedselarme venen. Hier groeide op veel plaatsen het voedselarme hoogveen zo hoog boven het grondwater uit, dat min of meer aaneengesloten hoogveenpakketten ontstonden, die vaak ook hogere delen van het landschap bedekten. Deze hoogvenen waren aantrekkelijk voor de winning van turf. In het verleden heeft men hier dan ook op veel plaatsen turf gestoken voor huisbrand. Veldnamen als De Brand en Schaddenveld (schadde = zode) illustreren dit fraai.
Theo Spek
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
Afdeling Landschap & Erfgoed
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort
tel. 033 - 4227595
e-mail t.spek@archis.nl
