Het dekzandlandschap (1)
Poolwinden en zandstormen
Ongeveer 120.000 jaar geleden begon de - tot op heden - laatste ijstijd. De Weichsel-ijstijd duurde van 120.000 tot ongeveer 11.000 jaar geleden. Hoewel in deze periode het Scandinavische landijs Nederland niet bereikte, werd het wel heel koud in onze streken. Uit onderzoek is komen vast te staan dat in de koudste perioden van deze ijstijd de gemiddelde jaartemperatuur ongeveer zes graden onder nul bedroeg. De gemiddelde temperatuur in juli lag omstreeks de vijf graden boven nul; in januari was het gemiddeld vijfentwintig graden onder nul.
In de koudste periode van de Weichsel-ijstijd was het landschap van Salland een poolwoestijn waar nauwelijks iets groeide. In wat minder koude tijden was het gebied begroeid met dennen- en berkenbossen of met een toendra-vegetatie van mossen en dwergstruiken.
Poolwinden
De kale poolwoestijnen en toendra's uit de Weichsel-ijstijd waren heel gevoelig voor verstuiving, vooral in de koudste perioden. Van grote delen van Nederland kon los zand aan het oppervlak heel gemakkelijk gaan verstuiven. De poolwinden verplaatsten enorme hoeveelheden zand en bedekten onder meer een omvangrijk deel van Salland met een deken van matig fijn zand. Omdat deze zanden vrijwel alle oudere afzettingen afdekken, worden ze dekzanden genoemd.
We kennen meerdere soorten dekzand die verschillen in ontstaansperiode, korrelgrootte, gelaagdheid en ook in terreinvorm. In de middenfase van de Weichsel-ijstijd, die het Pleniglaciaal wordt genoemd, ontstond het zogenaamde Oudere Dekzand. Het Oudere Dekzand bestaat uit een afwisseling van horizontale laagjes lemig en niet-lemig fijn zand. Ten oosten van Heeten en Raalte ligt het in een groot vlak gebied aan de oppervlakte. Ook in veel dekzandlaagten komt het ondiep voor.
Jongere Dekzand
In het Laat-Glaciaal - aan het einde van de Weichsel-ijstijd - was er opnieuw een verstuivingsfase, waarin grote hoeveelheden dekzand werden afgezet. Vaak leidde dit tot grillige patronen met duidelijke hoogteverschillen. Dit zand, dat het Jongere Dekzand wordt genoemd, is vaak wat grover en minder lemig dan het Oudere Dekzand en de gelaagdheid ontbreekt meestal.
Theo Spek
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
Afdeling Landschap & Erfgoed
Postbus 1600
3800 BP Amersfoort
tel. 033 - 4227595
e-mail t.spek@archis.nl
