De boerderijen van
het Eerder Achterbroek
Te koop: 300 jaar cultuurgeschiedenis. Gevraagd: Rentmeesterschap
Binnenkort
wordt één van de boerderijen van het Eerder Achterbroek verkocht. De reden
ligt voor de hand: Bedrijfsbeëindiging. De normale gang van zaken dus. Echter,
in dit geval is Vereniging Natuurmonumenten de eigenaar van de boerderij. Dit is
de eerste keer dat Natuurmonumenten besluit om een boerderij in het Eerder
Achterbroek te verkopen. Sterker nog: de verkoop is het gevolg van een
veranderend beleid. De vrijkomende boerderijen zullen in de toekomst als woning
worden verkocht en de grond wordt in erfpacht uitgegeven.
Principieel een
juiste beslissing. Wat door de markt behouden kan blijven, hoeft niet door een
Stichting of Vereniging beheerd te worden. Maar goed, dat eerste is natuurlijk
de vraag.
Sinds 1949 is het
Eerder Achterbroek in bezit van Natuurmonumenten. Toen was de aankoop niet
onomstreden. Vlak na de Tweede Wereld oorlog zag, bij wijze van spreken, half
Nederland er nog zo uit. De gidsen van Natuurmonumenten verwijzen tijdens
rondleidingen door het gebied hier nog graag naar. Steevast gevolgd door de
opmerking: “Inderdaad, half Nederland zag er zo uit. Maar nu is heel Nederland
veranderd en alleen het Eerder Achterbroek is hetzelfde gebleven…..”.
Het lijkt er
inderdaad op. Ogenschijnlijk is er in het Eerder Achterbroek sinds die tijd
niets veranderd. Ogenschijnlijk, ook in het Eerder Achterbroek wordt gewoond en
gewerkt. Ook hier zijn de boeren met hun tijd meegegaan. Er zijn ligboxenstallen
gebouwd en voedersilo’s aangelegd. Maar, en dat is bijzonder: Het is steeds
zorgvuldig gebeurd. Het Eerder Achterbroek is illustratief voor een zorgvuldig
rentmeesterschap, van zowel de bewoners als van de eigenaar, de Vereniging
Natuurmonumenten..
Het Eerder
Achterbroek is een kampenlandschap. In zo’n kampenlandschap liggen de
boerderijen verspreid in het landschap. Een kamp is een akker die slechts door
één boer werd bewerkt. Deze kampen, of eenmans-esjes, werden aangelegd op de
hoger gelegen gronden. Vlakbij de akker verrees de boerderij. De lager gelegen
en dus nattere gronden, werden als weidegebied gebruikt. Houtwallen omzomen de
verschillende percelen.
In het gebied
liggen negen boerderijen. Een precieze datering is niet te geven, maar
waarschijnlijk stammen de oudste boerderijen uit de 18e eeuw. Het noordelijk
deel van het Eerder Achterbroek, het Eerder Broek, is jonger. Dit is een
heideontginning uit het tweede deel van de 19e eeuw. Hier en daar liggen nog wat
kleine, niet ontgonnen heideveldjes. Dit deel is onmiskenbaar van latere datum:
Het is net wat grootschaliger en rationeler ingericht. De kavels en de wegen
zijn veel rechter. De, met pannen gedekte boerderij, die hier ligt, is uit 1878.
De beide gebieden worden meestal in een adem Eerder Achterbroek genoemd.
De
meeste boerderijen zijn van het zogenaamde langsdeeltype. Aan de achterzijde
bevinden zich twee grote schuurdeuren waardoor je op de deel komt. Deze deuren
zijn iets terug in de gevel geplaatst. Er ontstaat zo een overdekte inham, een
zogenaamde “onderschoer”. Alle boerderijen, behalve de 19eeuwse boerderij in
het Eerder Broek, hebben een rieten kap. Het hele gebied maakte deel uit van het
Landgoed Eerde. De geel-groen beschilderde luiken laten dit nog steeds zien.
Nevenzel is de
meest kapitale boerderij. In hoofdvorm dateert deze boerderij waarschijnlijk uit
de 18e eeuw maar de voorgevel is in ieder geval veel jonger. De jaartalankers
laten het jaar 1887 zien. In verhouding tot de rest van de boerderij is deze
gevel veel rijker vormgegeven. Het siermetselwerk met ontlastingsbogen en
lijstwerk verraden duidelijk de vormwil van een architect.
Een boerderij als
De Brakel is minder monumentaal maar wel een veel gaver voorbeeld van een
Sallandse boederij met onderschoer. Vooral de ligging is typerend. Het
woongedeelte is ligt vrij besloten en van de weg afgekeerd. Logisch, de deel is
feitelijk de voorkant van de boerderij. Althans, het gedeelte dat goed
bereikbaar moet zijn.
Ook in het Eerder
Achterbroek zijn door schaalvergroting boerenbedrijven verdwenen. Enkele
boerderijen worden gebruikt door hobby-boeren en een boerderij is een tweede
woning geworden. Op vrij kort termijn zal het bedrijf op de boerderij Nevenzel
beëindigd worden. En dit wordt dan de eerste boerderij die verkocht gaat
worden. Er zijn dan uiteindelijk nog maar 2 volwaardige bedrijven over.
Natuurmonumenten
heeft steeds als uitgangspunt gehad dat het boerenbedrijf in het gebied mogelijk
moet blijven. De gebouwen zijn steeds aangepast en er zijn in de loop der jaren
schuren bijgebouwd. Maar steeds is dit gebeurd in goed overleg tussen eigenaar
en pachters. Soms met zeer uiteenlopende resultaten.
Bij
boerderij de Nevenzel is enkele decennia geleden een nieuwe ligboxenstal
gebouwd. Hierbij is gekozen voor een historiserende stijl. De stal heeft een
rieten kap en de wanden zijn betimmerd met houten planken. Bij een andere
boerderij is juist gekozen voor een eigentijdse vormgeving. Het stallencomplex
ligt een eind van de bestaande boerderij af . Hier is een nieuw erf aangelegd.
Maar toch is ook bij deze stallen gekozen voor een traditioneel
materiaalgebruik. En zelfs letterlijk streekeigen: het hout van de gevels is
afkomstig uit de ernaast gelegen bossen.
Veel aandacht is
geschonken aan de inrichting van de boerenerven. Voor elk erf is in overleg met
de bewoners een advies opgesteld om de indeling en beplating weer zoveel
mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen. De sobere uitstraling is
zoveel mogelijk gehandhaafd. Voor de erfafscheidingen worden nog steeds
ongeverfde houten hekken en gekloofde houten palen gebruikt. De beplanting
bestaat voornamelijk uit hagen, fruitbomen, lei-linden en gras. Grenzend aan het
voorhuis ligt meestal nog een moestuin. Een bakhuis, put en hooiberg maken het
idyllische tafereel compleet.
In overleg en met
een goede verstandhouding, dat zijn de sleutelwoorden die kenmerkend zijn voor
het beheer van het Eerder Achterbroek. Het Eerder Achterbroek is nog steeds een
boerengemeenschap. De meeste bewoners wonen al generaties op hun boerderij.
Inderdaad hun boerderij: de families Nevenzel en Brakel bewonen nog steeds de
naar hen genoemde boerderijen.
Door de verkoop
van de boerderijen kan dit snel veranderen. Ietwat laatdunkend uitgedrukt: “de
boeren eruit, de tandartsen erin”. Bij de verkoop zal Natuurmonumenten
beperkende maatregelen opnemen in het erfpachtcontract. Erfpacht biedt hiervoor
zelfs nog meer mogelijkheden dan een huurcontract.
Verstrekkend is
ook het voornemen om voor de verkoop de grote ligboxenstal af te breken. Door de
afbraak van deze stal zal de marktprijs van de boerderij stijgen en wat zeker zo
belangrijk is: het probleem om een nieuwe functie voor dit bedrijfsgebouw te
vinden wordt letterlijk uit de weg geruimd. Het sloopmateriaal zal
waarschijnlijk gebruikt worden om de schuren bij boerderij De Brakel te
vernieuwen.
Een koper zal snel
gevonden zijn. Dat lijkt me geen probleem. En daarna? Goed rentmeesterschap is
een houding. Laat dit zich afdwingen door een erfpachtcontract?
Math Berkers
Met dank aan
Herman Veerbeek en Jos Schouten, beiden werkzaam bij Natuurmonumenten
beheereenheid Salland.
Dit artikel is geschreven voor het tijdschrift Heemschut,
zie het juninummer van 2003